Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen

30 oktober 2007

Interview: Stan Van Samang, Vermist


Vanaf vandaag loopt Vermist in de zalen, de nieuwste film van Jan Verheyen. Een ideale gelegenheid voor een interview met Stan van Samang, die in de film de rol van computerfanaat Steve speelt.

Kan je nog pap zeggen na een zomer waarin je én meer dan 50 keer optrad, én een debuutalbum opnam én in een film annex tv-serie speelt?
Nog net. Het is enorm druk, maar het is ook enorm leuk. Dat maakt dat ge het volhoudt, eigenlijk.

Uw collega-acteurs zijn helemaal op, na zeven maanden draaien, en zij combineren dit niet met het opnemen van een album én een grote zomertour.
Het is inderdaad een hele boterham. Dat maakt dat ik heel weinig thuis ben. Te weinig, eigenlijk. Dat het einde van de opnames in zicht is, klinkt me dan ook als muziek in de oren! Ik ben héél blij dat ik hieraan mocht meewerken, maar ik ben ook blij dat de opnames geen twee jaar in beslag nemen.

Is er vakantie in zicht?
Nog niet meteen. Eind november komt mijn debuutalbum uit, zodat er in december heel wat promotiewerk op de agenda staat. Maar met de feestdagen, tussen kerst en nieuw, zal ik thuis zijn. En dat zal deugd doen. Niet in mijn agenda moeten kijken om te weten waar ik die dag naar toe moet en waar ik ga eten, maar gewoonweg helemaal niks doen. Daar kijk ik wel naar uit. Anderzijds, het is ook allemaal zo leuk! Ik geniet er volop van, en een geluk dat ik er nog kan van genieten.

Want heel wat collega’s zijn toch een beetje gezond jaloers op de vele kansen die jij nu krijgt.
Ja, das waar, dat geloof ik goed. Ik weet dat ik met mijn gat in de boter ben gevallen. Ik zou zelf ook jaloers zijn in hun plaats, want ik mag mijn twee handjes kussen voor de kansen die ik krijg. Ik neem ze dan ook gretig aan, maar ik werk er ook keihard voor. Ik krijg het niet zomaar in de schoot geworpen.

In Vermist speel je Steve, de computerkenner binnen het team.
In tegenstelling tot Stan van Samang, want ik ken niks van computers. Helemaal niks, en dat zorgde al eens voor problemen. Bij de briefing zeiden ze dan tegen mij ‘je moet eerst dat openen, en dan dat, en dan dit sluiten…’ , maar voor mij is dat echt chinees. En omdat Steve de man achter de pc is, was het mijn taak om te zorgen voor mastbepalingen, vergrotingen van foto’s, opsporen van gegevens… En dat hebben ze mij toch eerst een paar keer goed moeten uitleggen. Zo van ‘kunt ge dat nu nog eens herhalen?’

Je kreeg dus een volledige computerinitiatie bovenop het spelen van uw rol?
Ja, er is voor alles een eerste keer hé! Een mens blijft leren, voor mij weer een nieuwe ervaring.

De film is geregisseerd door Jan Verheyen, die toch een naam als een klok heeft in Vlaanderen. Hoe was het om met zo’n gerenommeerd regisseur samen te werken?
Goh, Jan weet heel goed wat hij doet. En dat is heel prettig werken, als iemand goed weet waar hij naar toe wil en wat hij nodig heeft. Daarnaast stond hij ook altijd open voor een practical joke. Dat is een absolute must, want de druk moet soms echt van de ketel. En dat kan zeker bij Jan Verheyen. Ik vond het alvast heel leuk werken.

Vermist is het eerste grote fictieproject van VT4. Brengt dat een zekere druk met zich mee, want deze serie zal instaan voor de reputatie van VT4 op fictievlak.
Daar zit ik, als acteur, eigenlijk niet mee in mijn kop. Als de producenten de serie goed vinden, dan hebben wij ons job goed gedaan. Of Vermist er nu voor zal zorgen dat er 700.000 kijkers naar VT4 gaan zappen, dat hebben wij niet in handen hé. Als acteurs kunnen wij zorgen dat het product zo goed mogelijk is, maar het is aan andere mensen om ervoor te zorgen dat er inderdaad 700.000 mensen voor in hun zetel gaan zitten.

Vermist is duidelijk geïnspireerd op Amerikaanse voorbeelden zoals CSI: Miami en 24. Wat vind je daarvan?
Ik vind dat eigenlijk nogal een gevaarlijk, het in eenzelfde adem noemen met een CSI of een Missing. Voor mij houdt die vergelijking heel snel op, omdat die werken met budgetten die voor één aflevering groter zijn dan ons budget voor heel de serie.

In termen van budget is vergelijken inderdaad niet mogelijk. Maar op vlak van look & feel, qua algemene uitstraling, is er toch een duidelijke link?
Ja, ik was aangenaam verrast toen ik voor de eerste keer het decor binnenkwam, bijvoorbeeld. Omdat het er inderdaad Amerikaans uitziet, wat ik goed vind. Ook de manier van draaien is heel jong, flitsend. Dus op dat vlak klopt het zeker. Maar anderzijds schep je daarmee ook een verwachtingspatroon, en dat vind ik heel gevaarlijk bij fictie. Want zonder één fragment te zien, hebben de mensen zich al een beeld gevormd over hoe het er zal uitzien. Op die manier kan je er niet meer onbezonnen naar kijken.

Maar dat is nu éénmaal het eerste waar men naar vraagt. Mensen hebben nu eenmaal de neiging om alles te vergelijken.
Ik weet het. En ik vind dat ook altijd heel gevaarlijk, vergelijkingen.

Je bent niet zo heel vaak te zien, in de film.
Ik heb inderdaad een eerder kleine rol. En, we moeten daar eerlijk in zijn, dat heeft vooral te maken met mijn drukke agenda.

Wordt dat verholpen in de tv-serie?
Ten dele wel ja. Maar anderzijds is het gewoon zo, dat het personage van Steve niet even prominent aanwezig is als Walter, die aan het hoofd staat. Dat is nu eenmaal de rol, daar moet je vrede mee nemen.

Hoe voelde het om met zoveel knap volk, zowel op vlak van talent als op vlak van uiterlijk, samen te werken? Want Koen De Bouw, Kevin Janssens, Joke Devynck zijn toch grote namen in Vlaanderen.
Ik vind het een voorrecht om daar te mogen tussen staan. Als het daarnaast ook nog eens leuk en professioneel werken is, is dat een droomjob natuurlijk. Ik ben dan ook heel blij dat ik mocht meewerken aan deze productie. Dat zal heel mooi op mijn CV staan!

Naast acteur, ben je nu ook doorgebroken als zanger met uw debuutalbum dat eind november verschijnt. Kijk je daar naar uit?
Enorm. Het is eigenlijk heel dubbel, want ik ga ook verschikkelijk nerveus zijn omdat het niet te vergelijken valt met de release van een film waarin je meespeelt. Een plaat is veel persoonlijker, veel meer van mezelf. Het is iets waar ik al jaren van droom, en dat zit er nu aan te komen en dat gaat heel vreemd zijn.

Hoe voelde het om deze zomer op al die podia te staan?
Heerlijk. Dat is leuk natuurlijk, we amuseren ons altijd te pletter. Dat wordt pas lastig als het te zwaar wordt, niet omdat het de zoveelste keer is. Als er bijvoorbeeld vijf in hetzelfde weekend zijn of wanneer ik de volgende dag om halfzeven op de set moest verschijnen. Dan wordt het lichamelijk wel lastig, en dat is iets wat ik deze zomer heel hard gevoeld hebt.

Je bent er ook goed in geslaagd om niet bekend te blijven als de winnaar van Steracteur, Sterartiest, als de zingende acteur, maar wel gewoon als Stan van Samang, de zanger.
Ik hoop in ieder geval dat ik ervan los ben gekomen. Maar het is ook niet te vergelijken met bijvoorbeeld de winnaar van Idool. Voor het programma was die winnaar nog nooit op televisie geweest, terwijl wij als acteurs allemaal al bekend waren in Vlaanderen. Er zullen bijvoorbeeld mensen zijn, die Kevin (zijn personage uit Wittekerke, nvdr) zullen blijven zeggen tegen mij. Omdat dat mijn eerste grote rol was, en dat blijft hangen. En niet die Steracteur, Sterartiest.

Na Kevin speel je trouwens opnieuw een agent.
Ja, maar hier dragen we bijvoorbeeld al geen uniform. En nu speel ik ook geen klassieke agent van de lokale politie. Het is dan ook niet met elkaar te vergelijken.

Wanneer de volgende rol die men je aanbiedt, opnieuw een agent zijn, zou je dan neen zeggen?
Neen. Zolang de persoon die ik moet spelen maar interessant is.

Je plaat komt eind november uit. Wanneer zal je spreken van een geslaagd debuut. Wanneer de critici ze de hemel inprijzen, of wanneer het publiek ze massaal koopt? Want die twee zijn vaak tegenstrijdig.
De belangrijkste persoon die de plaat goed moet vinden, is mezelf. Omdat het al zolang een droom is van mij, dat ik ze, voor alles, zelf goed moet vinden. En dat zal zo zijn. Omdat ik bij alles betrokken ben geweest en overal samen met de producer de touwtjes in handen gehad heb. Dus ik weet dat ikzelf tevreden zal zijn over de plaat.

Of dat de critici de plaat zullen smaken, dat weet ik dus niet. Als die nationaal afgekraakt wordt, zal dat pijn doen. Sowieso. Maar als ze nationaal afgekraakt wordt door de critici, maar heel warm ontvangen door het Vlaamse publiek, ga ik denken “ach critici, schrijf over mijn volgende plaat maar net hetzelfde”.

Naast de muziek en acteren voor televisie heb je ook al van theater geproefd. Nog plannen in die richting?
Ja, dat zal een blijvende aantrekkingskracht hebben op mij. We zouden graag het stuk ‘Trainspotting’ hernemen, maar ik weet nog altijd niet of ik er de tijd voor zal hebben. Maar ik graag nog terug naar theater gaan.

Bij het begin van dit interview vertelde je al dat dit jaar volledig volgeboekt is, maar wat brengt 2008?
Vooreerst mijn album live gaan brengen op diverse podia. Het wordt dus zeker een muzikaal jaar. Wat niet noodzakelijk wil zeggen dat ik ga inboeten op mijn acteerwerk. Al zal ik waarschijnlijk op een bepaald punt toch aan één van de twee voorrang moeten geven. Want ze blijven combineren zoals ik dit jaar heb gedaan, is gewoon niet vol te houden. Maar ik wil nu geen uitspraken doen over waar ik dan de voorkeur zal aan geven. Je weet immers nooit wat er kan gebeuren.

Steracteur, Sterartiest winnen, om maar iets te noemen.
Bijvoorbeeld, ja!

24 oktober 2007

Interview: Koen De Bouw speelt in nieuwe film Vermist

Voor fans van Koen De Bouw breken heuglijke tijden aan. Niet alleen is hij nog altijd te zien als presentator van Groene Vingers, het tuinmagazine van VTM. Hij speelt ook de hoofdrol in ‘Vermist’, de nieuwe film van Jan Verheyen die later op VT4 een vervolg krijgt als volwaardige TV-serie. En volgend jaar is hij dan weer te zien in de nieuwe film Loft van Eric Van Looy. Koen De Bouw is dan ook zonder twijfel één van de meest gevraagde acteurs van het land. ‘Ik heb geluk gehad’, beaamt hij. ‘Maar ik heb er ook altijd keihard voor gewerkt.’

Hoe voelt om als ervaren acteur op de set te staan met een ploeg vol jonge beloftevolle acteurs?
Ik heb eigenlijk dat gevoel nooit gehad. Want met Kevin heb ik al twee films gedraaid, voor Koning van de Wereld zat ik drie maanden in Cuba met hem. En ook Windkracht 10 heb ik samen met hem gedraaid, dus we kunnen elkaar wel al wat langer. En zowel Cathérine als Stan, en zeker Joke, hebben toch ook al wat bezig geweest, dus ik had zeker niet het gevoel om met beginnelingen te werken. Helemaal niet zelfs.


Deze film is uw eerste samenwerking met regisseur Jan Verheyen. Hoe viel dat mee?
Dat is geweldig meegevallen. Het werd tijd dat we eens iets samen konden doen, want in het verleden lukte het nooit. Hij is een zeer intelligente man, met een zeer opmerkzame geest. Hij heeft goede oren en ogen, en dat is iets wat ik als acteur graag heb. Omdat je als acteur, je toch vaak in heel kleine nuances probeert uit te drukken, en dan is het leuk dat mensen het opmerken. Ook als het niet juist zit, en dat is bij Jan absoluut het geval. Daarnaast heeft hij een goed gevoel voor humor en is hij heel sociaal. Hij is op een goede manier aanwezig op de set, en dat alles samen maakt dat je een topgevoel aan het samenwerken met Jan overhoudt.


Vermist is niet alleen een film, maar ook een tv-serie. Dit wordt je eerste lange rol in een tv-reeks sinds Wittekerke.
Eigenlijk niet, want intussen is er Stille Waters geweest én Sedes en Belli. Maar het klopt dat ik voornamelijk films heb gedraaid. Een paar minder gekende, maar ook enkele grote producties. Zo heb ik de hoofdrol gespeeld in ‘De Indringer’, ‘De Zaak Alzheimer’ en ‘Verlengd Weekend’ die toch allemaal een groot publiek hebben aangetrokken.


Maar in tegenstelling tot een film vergt een televisieserie toch een engagement van een langere duur. Was je daar opnieuw aan toe of kwam het gewoon goed uit?
Oorspronkelijk werd Vermist alleen als film gepresenteerd. Maar al snel bleek dat het materiaal breed genoeg was om er ook een serie aan vast te koppelen. Het opnemen van het eerste seizoen nam zeven maanden in beslag, en dat is inderdaad meer dan bij een film. En de kwaliteit die men het wilde meegeven, maakte dat het zeven erg zware maanden waren, ook al telt het eerste seizoen maar negen afleveringen, en niet de gebruikelijke dertien.


Dus toch wel opgelucht dat het einde in zicht is?
Absoluut! Jazeker, want ik ben echt kapot.


Vermist is meteen ook het eerste grote fictieproject van VT4. Brengt dat enige druk met zich mee?
Je probeert natuurlijk altijd uw maximum kwaliteit te brengen. Dus die druk is er altijd. Het is een druk die je aan jezelf verplicht bent. Maar het is inderdaad de eerste grote reeks die VT4 maakt, en dat duidt op de potentie van een zender, want fictie is nog steeds het duurste tv-genre. Wanneer bepaalde zenders hun fictie-aanbod (VRT, red.) moeten afbouwen is het altijd leuk vast te stellen dat andere groepen hun aanbod stilaan opbouwen.


VT4 richt zich tot een jonger publiek, wat ook tot uiting komt in Vermist. Het is allemaal iets flitsender, iets eigentijdser. Hoe heb je dat op de set ervaren?
Het finale eindresultaat heb ik natuurlijk nog niet gezien, dus daar kan ik nog niets over zeggen. Ik weet wel dat het tempo waartegen wij opgenomen hebben onhoudbaar is. Zeker voor mij, daar ben ik echt wel over de grens gegaan. Nu ja, het is altijd leuk om met uw grenzen kennis te maken. Dat zijn momenten die je moet koesteren en die lessen moet je onthouden.


Jan Verheyen staat alom bekend als een regisseur die zich richt tot het brede publiek, eerder dan een arthouse director. Dat kom ook tot uiting in de film en de serie, die eerder doen denken aan CSI dan aan Inspector Morse.
Ja, inderdaad. Er is niks mis met Morse, maar jongeren zijn nu eenmaal gewend om in aanraking te komen met dat soort snelheid, dus daar kan je niet omheen. Voor mij als acteur is het boeiend om zoiets te doen, om die grenzen te verkennen en te zien wat er bij ons mogelijk is. Natuurlijk, het budget waar wij een hele film moeten van draaien, besteden zij louter en alleen aan catering! Wij zitten dus met veel beperktere middelen, daar kan je niet naast.

Maar als je dan ziet wat wij met die beperkte middelen toch kunnen realiseren. Toen ik de film voor het eerst zag, dacht ik bij mezelf; Jezus, hebben wij dat op 24 dagen voor elkaar gekregen. Hallucinant! Nu, het verhaal leent er zich ook wel toe. Want ik ben absoluut geen pleitbezorger om voortaan elke film op zo’n korte tijd te draaien, zeker niet!


Verlengd weekend werd in nog minder tijd, in amper 17 dagen tijd, ingeblikt.
Het verhaal was daar natuurlijk ook naar geschreven, omdat je met een eenheid van plaats zit. De drie hoofdrolspelers bevonden zich in dezelfde villa, waardoor bijna alle scènes zich daar afspelen en je niet constant de hele set moet verhuizen.


De opnames voor de serie zitten er bijna op. Wat brengt de toekomst?
Nog dit jaar herneem ik een theatervoorstelling, die we vorig jaar gebracht hebben, Una Giornata Particulare, wat zoveel betekent als ‘een bijzondere dag’. Vanaf januari speel ik dan een hoofdrol in de nieuwe langspeelfilm van Eric Van Looy, Loft, naar een scenario van Bart De Pauw, waarna ik opnieuw het theater in ga.


Daarnaast ben je ook bekend als het gezicht van Groene Vingers op VTM.
Dat gaat natuurlijk ook door. Toen het voorstel kwam om Groene Vingers te presenteren, voelde ik mij direct aangesproken. Ik heb er wel enkele weken over nagedacht, maar ik heb dan besloten om mijn hart te volgen, omdat tuinieren en de natuur toch wel één van mijn passies is, en ik heb er tot op vandaag nog geen spijt van gehad. Voor Groene Vingers nemen we één dag per week op in de mooiste tuinen en arboreta van Vlaanderen, en dat is een dag waar ik elke keer weer naar uitkijk.


Niet jaloers dat je de rol van tieneridool zal kwijtraken aan Stan van Samang en Kevin Janssens?
Nee hoor, helemaal niet! Ze mogen het hebben. Ik heb het zelfs altijd bevochten, ook al merk ik dat het nog altijd aanwezig is. Want het is veel te tijdelijk om daar uw vak van te maken, van het tieneridoolschap!


(c) Ben Labbe - TV-visie.be

15 oktober 2006

Interview: Hubert Daemen over Witse II

Vanavond wordt de eerste aflevering van een gloednieuw seizoen Witse uitgezonden. Een gepast moment om het interview dat ik met Hubert Daemen had bij de lancering van het tweede seizoen nog es boven te halen.

De tweede jaargang is geschreven door een nieuw team scenaristen, merk je het verschil?
Het is aanpassen uiteraard. Het zijn nieuwe mensen met wie ik niet vertrouwd ben, terwijl ik Ward Hulselmans (de bedenker en scenarist van het eerste seizoen, bl.) wel al een hele tijd ken. Dat betekent dus aanpassen en elkaar zoeken, maar dat begint goed te lukken moet ik zeggen. Voorts merk ik niet zo heel veel verschil, al zal er altijd wel iets verschillen natuurlijk.

Hoe kijk je nu, één jaar later, terug op het succes van de eerste afleveringen?
Da’s plezierig uiteraard. Zeker omdat niemand verwacht had dat het zo goed ging lopen, gemiddeld 1,6 miljoen kijkers is heel veel. We zullen nu zien hoe de tweede reeks het doet, want je kan natuurlijk niet naar succes werken. Dat komt of dat komt niet, en gelukkig voor ons is het gekomen. Als acteur kan je daar heel weinig aan doen. Je tracht uiteraard om je zo goed mogelijk in de rol in te leven, maar het is de kijker die beslist of hij kijkt of niet, ook al doe je nog zo je best.

Ook in het nieuwe seizoen krijgen we opnieuw een inkijk in het privé-leven van Witse. Ben je daar tevreden mee of stoort het je en heb je liever dat de op te lossen zaak alle aandacht krijgt?
Het stoort me niet echt nee. Trouwens, zo ruim zou ik die kijk niet noemen. Mijn personage zal een vrouw ontmoeten, goed, maar verder blijft die ruimte toch beperkt. Van de 55 minuten die een aflevering ongeveer duurt, gaat er toch minstens drie kwartier naar de op te lossen zaak. Zijn privé-leven zal altijd een zijlijntje blijven, en in die zin heb ik er geen problemen mee. Witse is tenslotte ook maar een mens, en het draagt ook bij tot het succes van de reeks. Het zou wat anders zijn moest de op te lossen zaak maar tien minuten in beslag nemen, en de rest van de tijd opgaan aan romances en andere nevenzaken, maar das zeker niet het geval, gelukkig maar

In Flikken heeft men dit seizoen voor het eerst met een rode draad gewerkt (de zaak Feiremans, bl.), waarbij een verhaallijn over het volledige seizoen loopt. Lijkt het u iets om ook in Witse te introduceren?
Er is in ieder geval al sprake van geweest, of dat eventueel zou kunnen. Maar verder weet ik dat eigenlijk niet. Zoiets wordt bepaald door de scenarioschrijvers, die kijken of een rode draad echt wel werkt. Ik denk dat men nu ook bij Flikken zal onderzoeken op welke manier dat heeft bijgedragen tot de reeks en of de kijker dat wel apprecieert.

Hier en daar werd Witse omschreven als een Vlaamse Morse. Keek u niet vreemd op toen u dat las?
Ik heb altijd gezegd dat ze dat beter niet hadden gedaan, zeker niet vanuit de VRT zelf. Het is dan wel hetzelfde format, het is eigenlijk niet te vergelijken. Het Vlaamse karakter –of Belgische, mij om het even– vind ik heel belangrijk, en dat merk je ook duideliljk. Witse is een échte Vlaamse reeks, en niet zomaar een Vlaamse versie van een buitenlands origineel. Dat is ook heel belangrijk voor de herkenbaarheid van de personages, wat zeker bijdraagt tot het succes. Indien men gewoon een kopie had gemaakt van bijvoorbeeld Morse of Frost, dan werkt dat niet en zit je met wereldvreemde individuen zoals een inspecteur met typisch Britse gewoonten, maar die wel in Vlaanderen actief zou zijn. En dat werkt langs geen kanten.

Met zomaar series vergelijken moet je trouwens geweldig oppassen. In beiden speelt een eigenzinnige politie-inspecteur de hoofdrol, maar daar stopt dan ook de vergelijking. Ook op het vlak van budgetten is het bijna onmogelijk om te vergelijken.

Men heeft beslist om de reeks met een maand te vervroegen, waardoor je nu in concurrentie staat met Idool 2004. Geen schrik om rake klappen te krijgen?
Goh, eigenlijk niet nee. Als de directie van TV1 beslist om ons recht tegenover elkaar te plaatsen, dan is dat hun zaak. Wij, de opnameploeg en ik, proberen gewoon een zo goed mogelijk product te maken door ons elke opnamedag opnieuw voluit te geven. Dat is ook waar ik goed in ben en voor betaald wordt. En met de rest hou ik me liefst zou weinig mogellijk bezig.

30 mei 2006

Interview: Chris & Lut, finalisten Peking Express

Ze begonnen aan Peking Express als volslagen onbekenden voor elkaar, maar gaandeweg dwongen ze elkaars respect af en uiteindelijk werden ze zelfs vriendinnen. En dat het goed klikt tussen beide dames, blijkt niet alleen uit het feit dat ze doorstootten naar de finale. Tijdens het interview gebeurde het meermaals dat de beide dames op hetzelfde moment hetzelfde antwoordden.

Welk van de vijf doorkruiste landen heeft het meeste indruk op jullie nagelaten?
Lut: Ongetwijfeld Tibet. Dan Laos, Cambodja en China. Vietnam het laatst, want het is er veel te druk. Daar is het echt vies en te industrieel. Terwijl Tibet, dat is echt een andere wereld. Hoe die monniken daar leven, prachtig.

Was dat het doel? Tibet halen?
Samen: Zeker, we wilden Tibet. Finale of niet, dat speelde minder. Maar Tibet zouden we halen. Dat was het doel en we wisten ook dat dat erin zat.

Zijn jullie ook vrienden geworden?
Lut: We gingen voluit voor hetzelfde, en dat is voldoende. We kenden het spel, en moesten eigenlijk geen vriendjes worden, zolang we maar aan hetzelfde zeil trokken. Maar we zijn het uiteindelijk wel geworden. Ik denk dat het zo goed klikte tussen ons omdat we beiden zo nuchter zijn. What you see, is what you get.
Chris: We zijn maatjes geworden, maar geen dikke vrienden. Het is niet dat ik Lut elke dag aan de lijn heb ofzo. Ook al omdat we iets te ver van elkaar wonen. Maar we waarderen elkaar en houden zeker contact om af en toe eens iets te gaan drinken.

Had je geen problemen met de taal, Chris?
Chris: Eigenlijk niet nee, soms eens bij uitdrukkingen maar voor de rest was dat geen probleem. Ook al omdat Lut bijna altijd AN sprak, op één keer na.
Lut: Eén keer heb ik inderdaad serieus gevloekt (lacht). Maar omdat ik Limburgs sprak, viel dat goed mee.
Chris: Marc verstond ik dan weer bijna nooit. Hij sprak echt te plat, van dat echte Vlaams!

In de finale ervaring zien we hoe Wendy uit een truck valt en er als bij wonder niks aan overhoudt. Sta je daar tijdens de race soms bij stil, bij de enorme risico’s die je neemt?
Lut: Daar hebben we eigenlijk nooit over nagedacht, dat het fout kon aflopen. Het is heel gevaarlijk, maar je bent zo bezig met de race dat je daar niet bij stil staat. Neem nu bijvoorbeeld die keer dat we met twee op dat brommertje kropen. Er moest niet veel gebeuren om eraf te vallen.
Chris: Of neem zo’n riksja, daar konden we gemakkelijk een keer doorzakken. Maar dat hield ons niet tegen, we zijn gewoon zo. Er is ook geen tijd om daar mee bezig te zijn.

Is het een voordeel om als twee vrouwen te liften?
Lut: Eigenlijk niet nee, toch zeker niet in Azië. Er vallen daar nu eenmaal geen macho’s te bespeuren. Twee mannen dwingen dan weer respect af, dus zij hebben wellicht wel een voordeel.
Chris: Vond Peking Express in de Verenigde Staten plaats, was het zeker in ons voordeel geweest, maar in Azië was het dat zeker niet.
Lut: De cameraploeg die overal met ons meeging was dan weer wél een voordeel. Dat opende hier en daar duidelijk deuren. Het lijkt me onmogelijk om zo’n trip gewoon met zijn tweetjes te maken.

Wisten jullie al dat je verloren had, voor Roos en Art het jullie vertelden? Had je een voorgevoel?
Lut: Dat wisten we ja. We hadden het namelijk zo slecht gedaan in de finale, ongelooflijk! Bovendien heeft Chris een scherp observeringsvermogen, en ze had in de verte een productiewagen zien staan, waardoor onze frank viel.
Chris: Het ging ook gewoon niet kunnen dat we voor Yves & Wendy toekwamen, daarvoor waren we veel te traag. We hebben het echt verneukt in de finale. We hadden iets van twaalf minuten achterstand op het einde.
Lut: Het einde was zoals het begin: chaotisch.

Das misschien ook wel het grootste verschil tussen jullie en Yves & Wendy?
Lut: Misschien wel ja. Yves & Wendy zijn misschien eerder Spa blauw, iets rustiger, kalmer, terwijl wij eerder Spa bruis zijn! Bij ons was het altijd direct van ‘vooruit met de geit’.

Zijn er dingen waarvan, als je de afleveringen nu terugziet, spijt hebt? Of waarvan je dacht; heb ik dat echt gedurfd?
Lut: Alles zou ik opnieuw doen. Ook het eten van die spinnen en zo. Je denkt daar op dat moment ook gewoon niet bij na.
Chris: Ik heb ook nergens spijt van.

Heb je dat budget van 1 euro per dag echt nodig?
Lut: Dat heb je nodig voor twee zaken: bier en sigaretten. De rest bedelden we, maar die sigaretten waren echt nodig.

Heb je, achteraf bekeken, de juiste editie van Peking gekozen?
Lut: De eerste was ook wel leuk geweest, waar ze door Mongolië trokken. Maar we klagen zeker niet; in Lhasa laten ze per dag maar 25 toeristen toe, dus als je daar deel van mag uitmaken, is dat een onvergetelijke ervaring.
Chris: Voor mij was de eerste zeker ook OK geweest. De tweede editie zei me dan weer niks.
Lut: Ook qua format was het 100% de juiste keuze. Aan de rest zouden we zelfs niet willen meedoen als ze geld toegaven! Bij Peking ben je constant onderweg, je slaapt bij mensen thuis, je leert nieuwe culturen kennen…
Chris: Met een hele hoop een maand samenleven op een eiland; ik mag er niet aan denken.
In koor lachend: Gegarandeerd binnen de kortste keren slaande ruzie!

29 mei 2006

Interview: Yves & Wendy winnen Peking Express

Ook al verschenen Yves & Wendy aan de start van ‘Peking Express: De Mekong Route’ als ex-koppel, ze kunnen het nog steeds heel goed met elkaar vinden. Door hun relatie van drie jaar voelen ze elkaar perfect aan, en dat bracht hen, samen met een flinke portie geluk, zowaar tot in de finale. En dankzij het haast grenzeloze doorzettingsvermogen van Yves wonnen ze die nog ook. Het leverde hen naast een onvergetelijke ervaring ook elk 5.000 euro op.

Wat was vooraf je doel?
Wendy: Er niet als eerste uitliggen.
Yves: Vooral dat maar toch ook Cambodja halen. Prachtig land trouwens.

In de finale zagen we dat Amir & Jimmy besloten om jullie te helpen. Hadden jullie dat verwacht?
Yves: Ja. Er is een enorm respect ontstaan. Echt chapeau voor hun prestatie. Let op, tijdens de race waren we elkaars grootste concurrenten. Maar eens die achter de rug, konden we het goed met elkaar vinden.

Nooit eraan gedacht dat ze jullie gingen saboteren in plaats van helpen?
Yves: Niet echt. We vertrouwden ze voor 100%. Zeker omdat ze zelf niet meer meededen, en ze er dus niks bij te winnen hadden. Hadden ze zelf nog meegedaan was het natuurlijk iets helemaal anders.

In de finale zien we ook uw bijna fatale valpartij van een vrachtwagen. Sta je stil bij de enorme risico’s die je soms nam?
Wendy: Je denkt daar niet bij na. Maar je moet altijd op uw qui-vive zijn.
Yves: Je creëert daar natuurlijk wel reflexen voor. Als je van ver een auto ziet naderen, en plots merk je dat hij extra gas bijgeeft, moet je gewoon uit de weg gaan. Zo simpel is dat.

Wat dacht je bij de val?
Wendy: Weinig eigenlijk. Ik viel, stond recht en liep verder, terug de vrachtwagen op. Yves dacht veel meer op dat moment. Maar de rugzak heeft me gered. Doordat ik met mijn rugzak op de grond viel, heeft hij mijn val gebroken.
Yves: Het ging echt door mijn hoofd van ‘shit, ’t is hier gedaan é!’ Ik dacht direct aan haar, totaal niet aan het spel. Het toeval wou dat ik amper drie minuten daarvoor een hoop spullen, waaronder haar slaapzak, uit haar rugzak had gehaald en in de mijne had gestopt zodat ze sneller zou kunnen lopen. Daardoor had ze dus al een lichtere rugzak, dus het was écht kantje boordje. Ik weet nog dat ik lijkbleek werd, en stijf van de adrenaline dacht van ‘stommekloot, waarom heb je nu die slaapzak daaruit gehaald.’

De rugzak, die je de hele race tot last is geweest, heeft op het einde zijn nut bewezen.
Wendy: Maar die rugzak was gedurende de hele race onze vriend. Dat was zeker niet ons grootste probleem. Trouwens, het was net door die rugzak dat ik van de truck viel. De rugzak redde mij wel, maar zonder hem was ik gewoon nooit gevallen in de eerste plaats.
Yves: We hebben ook veel geluk gehad dat er juist op dat moment niet zoveel verkeer was op het kruispunt. Want dat kon je niet zien op tv, maar de auto vlak achter ons reed behoorlijk snel en heeft nog net kunnen uitwijken.

Yves, aan het einde van de liftrace noemde je de Tibetanen het warmste volk. Hoe denk je daar nu over?
Yves: Daar blijf ik bij. Da’s ongelooflijk. In die bergdorpjes zie je nog het echte Tibet. Daar zijn nog geen sporen van de Chinese overheersing. In Lasa zijn we eigenlijk niet geweest, daar hebben we alleen doorgeracet. Maar aan die kleine bergdorpjes merk je het echte Tibet. De mensen in die dorpjes blijven altijd Tibetaan. Zeer gastvrij, willen echt hun armoede met je delen. Daar zijn eigenlijk geen woorden voor.
Wendy: Het enige wat we telkens vroegen was een slaapplaats. We vroegen eigenlijk nooit om eten, maar we kregen het wel telkens. En ze stonden er ook echt op om dat voor ons te doen.
Yves: Het is ook voor hen een once in a lifetime experience é. Daar spreken ze in die dorpjes nu nog van. Het is een soort wisselwerking. We waren ook telkens heel dankbaar en respectvol. En op die manier was er eigenlijk telkens een wederzijds vertrouwen. Tibetanen geloven ook heel fel. Zo geloven ze dat, als je als vrouw veel met mooie bloemen bezig bent, je later als mooi persoon terugkomt. En ze geloven daar ook heel sterk in.
Wendy: Erg knap ook dat veel monniken Engels spraken. Zo konden we met elkaar converseren.

Heb je tijdens Peking iets gedaan waarvan je nu denkt ‘Heb ik dat echt gedaan?’.
Wendy: Goh, ik zou in België nooit op de Meir gaan staan en geld vragen aan voorbijgangers om met hen op de foto te staan. Maar daar doe je dat dan wel voor het spel, je gaat daar in mee.
Yves: Ik kan niets bedenken dat ik niet zou opnieuw doen, of waarvoor ik mij schaam ofzo. We hadden eerlijk gezegd nooit gedacht dat we geselecteerd gingen worden. En al helemaal niet dat we gingen winnen. En daar zijn we dan ook trots op. We zijn altijd rustig gebleven en er voluit voor gegaan.

Zeker in vergelijking met Chris & Lut waren jullie een pak rustiger. Lut verwoordde het als volgt: zij zijn meer Spa rood, iets bruisender, terwijl jullie eerder Spa blauw zijn, iets kalmer.
Wendy: Da’s in elk geval opnieuw mooi verwoord van Lut.
Yves: Kalm zou ik ons nu niet direct noemen. We waren onopvallender, iets rustiger misschien ook, maar zeker op de momenten dat het er echt toe deed stonden we er en gingen we er voluit voor. Anders kom je ook niet in de finale. Als zij Spa rood waren, waren wij eerder die lichtbruisende, Spa Marie Henriette.
Wendy: Spa groen dus, om in dezelfde sfeer te blijven.
Yves: Of nog beter, Perrier; subtiel bruisend! (lacht)

Ben je tevreden van de montage?
Yves: Ja. (Wendy knikt instemmend.) Het is natuurlijk onmogelijk om alles te laten zien. Het gebeurt vaak, als we de afleveringen op tv zien, dat we zeggen van ‘allé, waarom zit dat er niet tussen. Of, toen is er dat gebeurd, waarom laten ze dat niet zien.’ Maar Peking Express is op zich een prachtig product.
Wendy: We zouden zo een week lang naar alle beelden die gedraaid zijn kunnen kijken. Zonder probleem.

Vergeet je na een tijdje die camera niet?
Wendy: Goh, camera of niet, voor mij maakte dat geen verschil. En trouwens, als je al eens dacht van ‘juist ja, er is een camera mee’ was het al te laat en stond het al op tape. Na verloop van tijd onstaat er ook een soort van band met die cameramensen. En dat bleken allemaal heel toffe gasten te zijn.

Was deze editie de beste van de drie?
Yves: Puur qua race had ik misschien toch liever meegedaan aan de eerste editie. Ook omdat ze toen door Mongolië reisden, een prachtig land. Maar we klagen zeker niet. We hebben vijf landen doorkruist, die bij iedereen tot de verbeelding spreken.

Aan het einde van de finale zei je al dat je het direct opnieuw zou doen, dus stel ik mijn vraag anders. Wat zou je anders doen, mocht je het opnieuw doen?
Wendy: Niks, want we zijn gewonnen!
Yves: Ik zei het eerder al, we moeten ons voor niks schamen. We zijn altijd onszelf gebleven, en zouden het de volgende keer op precies dezelfde manier aanpakken.

Op het moment dat de einduitslag werd bekendgemaakt. Wist je toen al dat je gewonnen had, had je een voorgevoel? Want Chris & Lut hadden dat gevoel duidelijk wel.
Yves: Nee, wij wisten helemaal nog niet dat we gewonnen waren. Want het was echt wel spannend. Wendy die van de truck viel, daarna de kaart die verloren was. We wisten ook dat we zeker een halve minuut straftijd hadden. Op het einde bleek Wendy dan ook nog eens zoek. Ik dacht dat ze gewoon achter mij liep, maar dat was dus niet zo. Dus het was zeker niet zo dat we het op voorhand al wisten. We waren wel telkens positief ingesteld. We hadden telkens een gevoel van ‘het zal wel goed komen.’ Ook omdat we wisten dat we goed waren. En was het zo geweest dat we naar huis moesten, zeiden we altijd van ‘heel spijtig, maar dan is het zo en gaan we naar huis.’

Ben je al voorbereid op het feit dat jullie nu gaan herkend worden op straat?
Yves: Goh, we blijven ons eigen. We gaan niet plots gaan veranderen.
Wendy: Dat weet je natuurlijk als je aan zo’n programma meedoet. Maar het is wel kwaliteitstelevisie. Het is genen brol, ’t is den top. En die bekendheid is natuurlijk wel eens leuk, dat geef ik graag toe. Maar voor de rest blijf ik gewoon een simpel boeretrutje uit Borsbeek, ik ga zeker niet plots gaan veranderen. Ik blijf gewoon wie ik ben.

15 oktober 2005

Interview: Wouter Hendrickx, Dimi Tersago uit Witse

Ook de tweede serie van Witse blijkt een schot in de roos. En nu de Idoolstorm gaan liggen is, liggen kijkcijferpieken boven het anderhalf miljoen opnieuw in het verschiet. We gingen praten met Wouter Hendrickx, die de rol van Witses rechterhand Dimitri Tersago vertolkt.

Heb je er geen probleem mee dat alle aandacht naar Witse gaat, en jullie personages op de achtergrond blijven?
Nee helemaal niet, dat is nu eenmaal het uitgangspunt, de serie heet Witse en hij staat centraal. Ik speel zijn sidekick, ‘the man behind the man’, en die moet er ook zijn. Ik wist dat vooraf en ik heb er geen moeite mee. Ze stelden mij vorig jaar ook al die vraag, ik snap dat eigenlijk niet, ik denk dat de pers er een groter probleem mee heeft dan ik.

Hoe kijk je terug op de kans die je vorig jaar kreeg om als jong acteur uw tv-debuut meteen te maken in een topserie voor anderhalf miljoen kijkers?
Ja, ik was zo al niet rouwig dat ik met Witse begonnen ben, maar nu de reeks zo’n succes heeft zeker niet. Het is inderdaad mijn eerste vaste rol voor televisie, Ik heb wel al enkele andere zaken gedaan, en het is heel fijn om te doen. Nog meer als je ziet dat uw werk zo geapprecieerd wordt door de kijkers.

Voor deze tweede reeks is er een nieuw teams scenarioschrijvers, merk je de verbetering ten opzichte van de eerste reeks, die op dat punt toch heel wat kritiek kreeg?
Verbetering zou ik het toch niet echt noemen. Er is natuurlijk altijd overal kritiek op hé. En iets proberen te maken dat iedereen goed vindt, dat moet je niet proberen, wat dat lukt toch nooit. En zeker als acteur krijg je het te horen wanneer er iets mis is met het licht, met de setting of met de scenario’s, terwijl dat helemaal niet onze verantwoordelijkheid is.

Over de acteursprestaties en de setting waren de reacties positief, maar de scenario’s, bijvoorbeeld die van de eerste aflevering, waren toch opvallend minder?
Natuurlijk, zowel in de eerste als in de tweede reeks zitten er goede en minder goede afleveringen in. Het is wel zo dat de afleveringen niet meer van één hand zijn, maar van drie verschillende schrijvers, en dat is zeker een aanwinst. Wij, als acteurs, hebben natuurlijk wel gewaakt over ons personage. Vorig jaar werden ze volop geïntroduceerd, maar dit jaar evolueren ze verder.

Komen we dan iets meer te weten over Dimi, want ook al ben je de rechterhand, ik denk dat heel wat kijkers wel iets meer over hem willen weten?
De kijker komt een klein beetje over hem te weten, maar niet veel want hij blijft één groot mysterie (glimlacht). Daarmee zal men het moeten doen, want er wordt nu eenmaal maar één privé-leven uitgediept, namelijk dat van Witse. De andere acteurs krijg je enkel te zien in hun werksituatie, zo is het concept van de reeks nu éénmaal!

De derde reeks wordt nu volop opgenomen, maar er wordt ook een vierde jaargang voorbereidt. Ga je ook daarin meespelen?
Dat weet ik nog niet. De vierde reeks zal er normaal wel komen, maar of ik daarin zal meespelen, dat heb ik nog niet beslist.

Want er is natuurlijk altijd het gevaar om voor jaren te blijven vasthangen aan een bepaald personage, denken we maar aan FC De Kampioenen.
Dat is zeker waar, dat kan altijd gebeuren. Maar het is aan mij om dat te voorkomen en op tijd uit de reeks te stappen, zodat ik niet in zo’n situatie verzeild raak. Want dat is zeker niet wat ik ambieer, om mijn hele leven dezelfde rol te vertolken.

Heb je nog andere plannen?
Zeker, voor Witse was ik lange tijd actief in het theater, en dat ga ik nu stilaan opnieuw proberen uit te bouwen. Zo ga ik binnenkort een nieuwe voorstelling maken met De Rovers.

Is het niet erg moeilijk om theater te combineren met televisie?
Dat is waar, meewerken aan een langlopende serie is een behoorlijke fulltime job. Dat is een bepaalde periode dat je daarvoor kiest en weet dat er maar weinig kan worden bijgenomen. Zo stilaan is dat aan het veranderen, en begint het te kriebelen om opnieuw iets anders te gaan doen. Eens Witse er voor mij opzit, is het dan ook opnieuw tijd voor andere zaken.

Kies je voor TV of voor theater?
Toch wel theater. Ik werk ook heel graag voor televisie, en ik probeer dan ook om het wat af te wisselen, maar het liefst sta ik toch op de planken.

12 oktober 2005

Interview: Bart De Poot, Netmanager Canvas

Het zijn drukke tijden voor Bart De Poot. Sinds hij begin dit jaar Johan Op De Beeck opvolgde als netmanager van Canvas, draagt hij de volle verantwoordelijk over The Building, het ambitieuze vernieuwingsproject dat de vrt-zender op 24 oktober lanceert. Veel vrije tijd zit er dan ook niet in. Zelfs de eerste opname van het gloednieuwe stand-up comedyshow Comedy Casino bijwonen, zat er niet in. Er moest namelijk een volledige pershappening georganiseerd worden, om de vernieuwing kracht bij te zetten. Na afloop van het gebeuren, vond hij toch even de tijd om de herlancering te duiden.

In tegenstelling tot Eén gaat de vernieuwing van Canvas niet gepaard met een nieuwe naam of een nieuw logo.
Canvas is een sterke en alom gerespecteerde merknaam, en heel wat kijkers gaan er ook prat op dat ze geregeld naar Canvas kijken. Er was dan ook helemaal geen reden om een nieuwe naam te gaan lanceren. We gaan het wel volledig anders invullen met nieuwe accenten en het grondig actualiseren. Maar het blijft Canvas, de referentie voor goede, kwalitatieve programma’s. Ook het logo blijft, maar opnieuw hebben we voor een compleet nieuwe invulling met een moderne netaankleding gezorgd dat ons onderscheidt van de andere zenders.

En hoe ziet die nieuwe vormgeving er precies uit?
Daar mag ik nog niets over zeggen, dat moet een verrassing blijven. De programma’s lanceren we vandaag al, maar de vormgeving is pas voor volgende week vrijdag. We mogen niet teveel in ééns verklappen hé, het moet een beetje spannend blijven.

Bij de voorstelling van het aanbod had ik het gevoel alsof ik naar een Vlaamse BBC zat te kijken. Terecht?
Vooreerst moet ik u bedanken voor het compliment! Om vergeleken te worden met de BBC, de moeder van alle openbare omroepen, dat is toch een hele eer. En het is ook wel zo dat we tijdens onze bezinning over de nieuwe invulling, ondermeer te rade zijn gegaan bij onze Britse collega’s. Maar toch ben ik het daar niet volledig mee eens. Er zijn namelijk een heel pak programma’s van eigen bodem, met daarbij ook een aantal experimenten zoals De Neveneffecten. Bovendien denk ik dat met de laatavondversie van Ter Zake ons aanbod aan informatie en duiding zeker gezien mag worden. Maar het is nu eenmaal wel zo dat de BBC ieder jaar opnieuw prachtige programma’s maakt, die bovendien fel gesmaakt worden door onze kijkers, dus zou het onverstandig zijn ze niet uit te zenden.

Je gaf zelf al aan dat Canvas gaat uitpakken met experimentele televisie. Waarom heeft het tot nu geduurd eer dergelijke formats er gekomen zijn?
Ik zou niet zeggen dat Canvas zich sinds zijn ontstaan nooit aan experimenten heeft gewaagd. Alleen is hetgeen wat aanzien wordt als experimenteel in de voorbije tien jaar grondig verandert. Het is niet omdat Alles Kan Beter en binnenkort In De Gloria nu herhaalt worden op de brede zondagavond van Eén, dat ze tien jaar geleden, op Canvas, niet experimenteel waren. In de Gloria bijvoorbeeld, was in zijn beginjaren erg vernieuwend, en is een voorbeeld geweest voor heel wat andere programma’s. Ook toen we uitpakten met Spike of Kijk Eens op de Doos vonden velen dat te experimenteel.

Maar waarom blijft het experimentele altijd beperkt tot het humoristische genre? Ook nu weer zijn de grootste experimenten bedoeld om te lachen.
En de wereld van Tarantino dan? Of binnenkort op het vlak van geschiedenis Keerpunt? Maar omdat humor door iedereen anders ervaren wordt, krijgt het wanneer iemand een bepaald soort humor niet snapt, al snel het etiket experimenteel opgekleefd. Terwijl je dat met een nieuwe invulling van een historisch of reportageprogramma veel minder hebt. Ook onze culturele magazines, zoals Republica, waren toch wel experimenteel te noemen.

Maar waarom verdwijnt het dan? Ik kan me voorstellen dat er de komende weken weer flink gemord zal worden in bepaalde culturele kringen.
Omdat het nu eenmaal niet genoeg kijkers trekt. We moeten dan wel geen miljoenen mensen aan de buis kluisteren, maar televisie maken voor een paar duizend man is gewoonweg niet verantwoord. Gewoon omdat TV maken zo ontzettend duur is. Als openbare omroep werken met belastingsgeld, en moeten we dus goed uitkijken hoe we dat besteden. En mijn grens ligt op minimum honderdduizend, net teveel om in één voetbalstadion onder te brengen. Want tv is nu eenmaal een massamedium, daar kan je niet onderuit.

Bovendien werken we volop aan een nieuw cultuurmagazine, een eigenzinnig programma dat op zoek gaat naar het onverwachte met een onafhankelijke kijk op de hedendaagse, kosmopolitische cultuur. Ik kan er nog niet veel over kwijt, ook omdat we er nog volop aan aan het werken zijn, maar tegen februari komt het op het scherm, als onderdeel van het driesporenbeleid van de openbare omroep. Vanaf dan zal trouwens ook De Rode Loper een nieuwe invulling krijgen als breed cultureel programma met aandacht voor media en lifestyle. Wees gerust, cultuur krijgt meer dan ooit een plaats bij Canvas en bij de VRT. Want ook in TerZake Laat krijgt het wekelijks, telkens op dinsdag, de nodige aandacht.

Vrees je niet voor een forse terugval van de kijkcijfers als het Champions League voetbal volgend seizoen verhuist naar de Medialaan?
Niet echt, eigenlijk. Er zal misschien in het begin een lichte terugval zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat we dat gaan compenseren met onze uitgebreid aanbod. Want ik heb onlangs eens de oefening laten uitvoeren, waarbij het voetbal uit de kijkcijfers werd gelicht en vervangen door het gemiddelde van een normale Canvasavond en ik kan u zeggen dat het verschil echt niet zo groot is. Want dit jaar zijn de kijkcijfers voor de CL misschien wel heel goed, maar dat komt dan ook doordat we twee Belgische ploegen hebben die zich konden kwalificeren, en dat geluk hadden we niet altijd.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heel jammer dat we de Champions League kwijtgespeeld zijn. Want iedereen zal beamen dat het gewoon het beste voetbal is dat op tv te zien is, niets gaat er boven Raùl, Zidane en Ronaldo anderhalf zien schitteren met de bal. En dus heeft het zeker zijn plaats op Canvas, waar we van alle genres het beste willen aanbieden. Maar het is niet zo dat ik nu met een bang hartje toeleef naar het moment dat we het contract kwijt zijn. Integendeel, met nieuwe topafspraken als Rome ben ik ervan overtuigd dat we de kijkers zullen blijven aanspreken.

Het verlies van het voetbal zorgt er wel voor dat heel wat mensen voortaan moeilijker de weg naar het Canvasscherm zullen vinden. Heeft de zender voldoende grote trekkers in huis om het publiek van bij de grote zenders weg te halen? Want je moet de mensen eerst kunnen lokken, alvorens ze te kunnen vasthouden.
Goeie vraag! Maar ik ga ervan uit wel dat we voldoende van zo’n programma’s in huis hebben om de mensen naar Canvas te doen zappen. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan De Rechtvaardige Rechters en aan de nieuwe reeks van De Bende van Wim. Maar ook Zwerfroute en onze Britse detectives op zaterdagavond zijn zeker in staat om een groot publiek te bekoren, dat heeft het recente verleden al meermaals bewezen. Wees gerust, we hebben er voor gezorgd dat er elke avond minstens één zo’n dergelijke grote naam in het schema zit die de mensen naar Canvas doet kijken.

Mocht dat niet het geval geweest zijn, denk ik niet dat ik nog lang op deze stoel zou zitten (lacht)!

8 september 2005

Interview: Art Rooijakkers, Terra Incognita

De eerste aflevering van het nieuwe mystery-realityformat Terra Incognita scoorde vorige week, naar VT4-normen, erg sterk. Benieuwd of het vanavond zijn publiek kan vasthouden, nu het programma voortaan om 22u10 wordt uitgezonden. Wij hadden alvast een gesprek met Art Rooijakkers, de vlotte Nederlander die samen met Roos van Acker Terra Incognita presenteert en je eerder al aan het werk kon zien in Peking Express.

Hoe valt de samenwerking met Roos van Acker mee?
Heel goed. Roos is erg professioneel. Het is ook fijn samenwerken omdat we veel steun hebben aan elkaar, we helpen elkaar als het even wat minder gaat ofzo. We lachen samen ook heel wat af tijdens de opnames, dus we schieten heel goed met elkaar op.

Je weet toch dat heel wat mannen jaloers op u zijn? Velen zouden nameliljk ook wel met Roos op een onbewoond eiland willen vertoeven!
Ja, is dat zo? Nou, Roos is inderdaad een heel mooie vrouw, dat weet iedereen. Maar verder is er niet echt reden om jaloers op me te zijn, want we zitten heus niet alleen op dat eiland! Er is een hele opnameploeg aanwezig, en bovendien is onze samenwerking puur professioneel.

Terra Incognita is opnieuw een samenwerking tussen de Vlaamse en Nederlandse televisie. Zijn er eigenlijk grote verschillen tussen de twee nationaliteiten?
Hoewel we dezelfde taal spreken, zit daar toch een van de grootste verschilpunten denk ik. Zeker als de Vlamingen dialect gaan spreken, is het moeilijk om ze goed te begrijpen. Nederlanders zijn ook een stuk directer in de omgang, ze zeggen meteen wat in ze opkomt, terwijl Vlamingen het toch altijd iets diplomatischer aanpakken.

Maar los daarvan, verloopt de samenwerking altijd heel goed. Ik heb namelijk al heel wat ervaring in het werken met jullie Belgen. Niet alleen door de twee reeksen van Peking, maar ik werkte de voorbije jaren ook achter de schermen, als productiemedewerker voor Expeditie Robinson. En dat was telkens samen met een hele ploeg Vlamingen, dus ben ik intussen al gewend aan het werken met Vlamingen.

Waarin verschilt de presentatie van Terra Incognita met die van Peking Express?
Het is vooral werken aan een rustiger tempo. We moeten niet constant racen en ervoor zorgen dat we voor de kandidaten blijven, zoals bij Peking het geval is. We blijven nu namelijk constant op dezelfde locaties filmen.
Bovendien is Terra Incognita een gloednieuw format, en niet zomaar een eigen bewerking van een buitenlandse reeks. Dat betekent dat, wanneer je in onvoorziene situaties terechtkomt, je moet gaan improviseren, en dat maakt het natuurlijk wel spannend. Je kan namelijk niet gaan terugvallen op je ervaring uit eerdere reeksen of gaan kijken hoe men dat in het buitenland oploste.

Veel kijkers zien de presentatie van zo een avontuurlijke realityreeks op een Bounty-eiland, als een soort van vakantietripje. Was het dat ook echt?
Niet echt, eigenlijk! Vooreerst hadden we af te rekenen met heel wat problemen door de hevige regenval. Een televisie-programma opnemen in volle regenseizoen is namelijk niet zo’n briljant idee!

Je werkt op zo’n eiland ook helemaal niet zo comfortabel als mensen wel eens denken. Het is namelijk niet zo dat we hele dagen luieren in een luxueus resort ofzo (lacht). We hebben wel iets meer comfort dan de kandidaten, maar dat is zeker niet overdreven.
Daarnaast was ik nu niet alleen presentator, maar ook nog eens eindredacteur voor NET 5 (de Nederlandse coproducent, bl). Er rustte dan ook een hele verantwoordelijkheid op mijn schouders, want zo’n prestigieus en duur programma is uiteraard heel belangrijk voor een zender.

Zou je ooit overwegen om jezelf in te schrijven voor zo’n reality-avontuur?
Bij Peking Express wel, denk ik. Met een partner door een onbekend gebied liften, dat zou ik me wel nog zien doen. Maar voor iets als Terra Incognita zou ik me toch niet kandidaat stellen. Wekenlang in groep op een onbewoond eiland vertoeven zonder contact met de buitenwereld, niet echt iets voor mij.
Ik heb dan ook heel wat ontzag voor de kandidaten die de stap wel durven zetten, want het is best wel zwaar. Zo heb ik de proef uit de eerste aflevering, waarbij de kandidaten aan een boot moeten blijven hangen, ook eens zelf uitgeprobeerd. En na 50 minuten moest ik het toch opgeven, omdat ik niet meer kon. Als je dan ziet hoelang sommige kandidaten het uithielden, kan je alleen maar ontzag hebben voor hen. Zij maken tenslotte het programma ook tot wat het is.

Steun je de kandidaten als je ziet dat ze het moeilijk krijgen?
Niet echt, want het blijft natuurlijk een spel en we moeten iedereen gelijk behandelen. Roos en ik zijn eerder scheidsrechters, die het spel in goede banen moeten leiden en kijken of iedereen het eerlijk speelt.
Dat is soms best wel moeilijk, zeker wanneer je ziet dat de deelnemers tot het uiterste gaan, en ze net voor de finish moeten opgeven.

De komst van John De Mol’s Talpa zorgde voor een massale verhuis van bekende schermgezichten naar de nieuwe zender. Ben jij gevraagd?
Ik ben gevraagd, ja. Maar ik moet er meteen bijzeggen dat er waarschijnlijk maar heel weinig mensen zijn, die niet gevraagd zijn (lacht)!

De voornaamste reden waarom ik bij Net 5 gebleven ben, is feitelijk Peking Express. Ik ben namelijk van bij het begin, bij dit programma betrokken geweest, en ik beschouw het dan ook een beetje als mijn kindje. Van Terra Incognita was toen namelijk nog geen sprake, maar de zekerheid dat er een derde reeks van Peking kwam, was voor mij voldoende.

Door het vertrek van Ernst-Paul kan je nu uitgroeien tot hét gezicht van Net 5, natuurlijk.
Het is zeker niet mijn bedoeling om hem achterna te hollen. Ik ben er ook niet op uit om één van zijn programma’s in te pikken ofzo. Maar het is wel zo dat Talpa voor veel verschuivingen zorgt, en er zo nieuwe kansen gecreëerd worden. We zijn al met niet zoveel bij Net 5, en bovendien ben ik zowat het gezicht geworden van de diverse realityreeksen, dus ja, ik zit goed waar ik nu zit.

Je speelt liever eerste klasse bij Net 5 dan op de bank te zitten bij Talpa?
Zo zou je het kunnen stellen ja. Ik krijg veel kansen bij Net 5 en mag ontzettend leuke dingen doen, dus ik zou wel gek moeten zijn om dat te laten vallen.

5 mei 2005

Herinrichting stadscentrum Harelbeke volgend jaar een feit

Er lijkt eindelijk een doorbraak in het dossier rond de heraanleg van het stadscentrum van Harelbeke. De Vlaamse regering komt eindelijk met voldoende geld over de brug voor de broodnodige werken aan de gewestweg en het stadsbestuur heeft beslist om niet langer te wachten op de komst van een privé-investeerder. Ook vervoersmaatschappij De Lijn heeft zijn zegen uitgesproken over de nieuwe inrichting van het centrum waardoor de werken eind dit jaar kunnen worden aanbesteed. Lokaal CD&V-voorzitter en gemeenteraadslid Ward Demuyttenaere legt uit waarom het dossier zolang blijft aanslepen en wat nu precies voor de stroomversnelling heeft gezorgd.

De eerste plannen betreffende de vernieuwing van het marktplein gaan terug tot de gemeenteraadsverkiezingen in 1994. Nu,meer dan tien jaar later, is er van een nieuw marktplein nog altijd geen sprake. Volgens Ward Demuyttenaere, gemeenteraadslid en voorzitter van de lokale CD&V-afdeling is dat te wijten aan een historisch probleem.

“Jaren geleden, bij de aanleg van het plein, heeft het stadsbestuur met de verschillende handelaars een convenant afgesloten. Dat bepaalt dat er zich van elke soort handelszaak maar één handelaar mag vestigen op het marktplein. Daardoor kan de concurrentie niet spelen. En dat is een probleem, omdat we zo geen privé-partner kunnen vinden voor het nieuwe winkelcomplex.”

De stad plant op het marktplein namelijk een gloednieuw pand op de plaats waar nu nog een frituur gevestigd is. Bedoeling is om zo nieuwe handelaars aan te trekken en de enorme appartementsblokken aan de Leie, die het uitzicht van de markt ernstig verstoren, aan het zicht te onttrekken.

“Alleen kost zo een nieuw winkelpand handenvol geld. Geld die het stadsbestuur niet kan en wil uitgeven. Dus werd er op zoek gegaan naar een privé-partner om via een PPS-constructie (een publiek-private samenwerking, blb) de nodige middelen bij elkaar te krijgen. Maar omdat de verschillende geïnteresseerde privé-partners de concurrentie niet kunnen laten spelen, om zo voldoende opbrengst uit het project te halen, is er geen enkel bedrijf bereid in zo’n PPS-constructie te stappen. Waardoor het project telkens opnieuw bleef steken in de fase van de zoektocht naar een privé-partner.”

Markt als parking

“Anderzijds was er, zeker onder de handelaars, weinig tot geen animo om het project te realiseren”, gaat Demuyttenaere verder. “Het marktplein is op dit ogenblik namelijk één grote parking, en zij willen dat natuurlijk het liefst ook zo houden. Zij hebben schrik dat bij een heraanleg tientallen parkeerplaatsen verloren zullen gaan. Op veel medewerking van hun kant konden we dan ook niet rekenen.”

Het centrum van Harelbeke wordt daarenboven doorkruist door de drukke Gentsesteenweg (N43). Zonder de heraanleg van deze gewestweg, kan ook de rest van het centrum en het marktplein niet heraangelegd worden. En daar wringt het schoentje, want het Vlaamse Gewest, dat eigenaar is van de weg, beschouwde de heraanleg jarenlang als niet-prioritair.

“De voorbije jaren werden we door het ministerie van Openbare Werken als het ware aan het lijntje gehouden, omdat er telkens geen budget voorzien was”, aldus de lokale CD&V-voorzitter. “Men beloofde wel elke keer om er het volgende jaar werk van te maken, maar het jaar nadien was er opnieuw geen geld voor.”

Tot vorig jaar, toen CD&V na de Vlaamse verkiezingen de portefeuille van Openbare Werken opeiste. “Na de verkiezingen heeft minister Kris Peeters eindelijk geld vrijgemaakt voor de heraanleg, en intussen heeft ook de Lijn, na maandenlang gebakkelei, zijn fiat gegeven. De werken zullen nog dit jaar aanbesteed worden, wat betekent dat de werken zullen kunnen starten in de tweede helft van volgend jaar.”

En waardoor ook het marktplein zelf kan worden aangepakt?
“Inderdaad. Er is beslist om niet langer te wachten op een privé-partner, maar reeds met de heraanleg te beginnen. Het is wel zo dat de plaats waar het winkelcomplex gepland was, opengelaten wordt waardoor het gebouw er later nog altijd kan komen. Maar omdat we echt niet langer kunnen wachten, is beslist om het winkelcomplex voorlopig uit de plannen te schrappen terwijl de andere projecten gewoon worden uitgevoerd.”

U had het daarnet over maandenlang gebakkelei met de openbare vervoersmaatschappij, De Lijn. Waarover ging dat precies?“
De Lijn was van oordeel dat er in het centrum een kruispunt moest komen, in plaats van het voorzien rond punt, omdat de bussen zo de verkeerslichten kunnen beinvloeden, waardoor ze tijd kunnen besparen. Daarnaast wilde De Lijn een flink aantal aparte busbanen, waar enkel lijnbussen mogen rijden, om zo problemen met files te vermijden. Een derde punt van discussie was het feit dat De Lijn geen speciale bushaltes meer wil voorzien. Voortaan moeten de bussen namelijk op de rijweg zelf stoppen en mensen laten afstappen, waardoor de plannen hertekend worden. Uiteindelijk heeft De Lijn grotendeels zijn slag thuisgehaald, want er komt inderdaad een kruispunt in plaats van rotonde en ook de aparte bushaltes zijn vervangen door haltes die op de rijbaan zelf liggen (waardoor het achterliggend verkeer moet stoppen als de bus aan een halte stopt, blb). Alleen de afzonderlijke busbanen zijn er niet gekomen, op enkele plaatsen na toch.”

U zei dat de werken volgend jaar beginnen, net op tijd dus voor de gemeenteraadsverkiezingen?
“Het is er in elk geval niet om gedaan. U moet weten dat de werken enorme hinder met zich mee zullen brengen, wat veel inwoners uiteraard niet erg zint. Wanneer men dan op zo’n moment naar de stembus moet, is dat eerder een nadeel dan een voordeel. Hadden we echt met de verkiezingen rekening gehouden, hadden we de werken vroeger laten starten, zodat ze tegen oktober 2006 achter de rug waren. Bij gemeentepolitiek zijn realisaties uit het verleden nu eenmaal belangrijker dan toekomstige verwezenlijkingen.”

4 maart 2005

Interview: Steve Stevaert

‘Ik ben een vrouw in de politiek’

SP.A-voorzitter Steve Stevaert is een fenomeen. Als vijftienjarige gestopt met school om in de horeca aan de slag te gaan, werd hij langzaam actief in de linkerzijde van de politiek. Als poulain van kopstuk Louis Tobback klom hij op tot minister van mobiliteit, waar hij naam maakte met zijn gratis bussen voor senioren. Als partijvoorzitter was hij verantwoordelijk voor de naamsverandering van SP tot SP.A én de schitterende uitslag bij de federale verkiezingen van mei 2003. Sinds de Vlaamse regering Leterme I in het zadel zit, is het opvallend rustig rond de burgemeester van Hasselt. Het ideale moment om eens te peilen naar zijn toekomstplannen én die van zijn partij.

Waarom ben je begonnen met politiek?
‘Omdat politiek mij interesseerde. Ik kwam altijd op tegen onrechtvaardigheid en van het ene is het andere gekomen. In het begin was ik heel alternatief en uiteindelijk is dat geresulteerd in partijpolitiek.‘

Ben je automatisch bij de socialisten terecht gekomen?
‘Ik was een overtuigde socialist maar in het begin was ik onafhankelijk radicaal socialist. Op dat moment vond ik, zoals vele jongeren, de sp-a niet links genoeg. Maar ik ben nooit voor de communisten of zo geweest. Daar was te weinig democratie of vrijheid en dat was mijn cultuur niet.’

Is de sp-a nu links genoeg?
‘Ik denk dat de sp-a nu linkser, progressiever en meer open dan vroeger is.’

Ben je graag voorzitter?
‘Naast het feit da tik mij kapot moet werken, doe ik dat wel graag. In de sp-a is er een traditie van sterke voorzitters zoals Tobback, Janssen en Stevaert. Maar uiteindelijk is dat de slechtste job die bestaat in de politiek. Maar goed, ik doe dit liever dan minister zijn. Het is raar, maar waar. (lacht)’

Er is weinig ruzie binnen sp-a in vergelijking met pakweg VLD. Komt dat door de voorzitter?
‘Ik hoop dat het niet door de voorzitter komt. Socialisten verschillen van de liberalen, dat is maar goed ook. Ik besteed ontzettend veel tijd aan ruzies voorkomen en ruzies oplossen. De liberalen hebben de neiging over straat te rollen. Dat probeer ik te voorkomen, wat niet gemakkelijk is in een mediamaatschappij. Want als een partij problemen heeft, hebben de media de neiging ook in andere partijen te kijken of er ook een haar in de boter zit. Waar ik me nogal fel aan houd, is dat we intern discussiëren. Het is absoluut niet zo dat de voorzitter per definitie gelijk heeft. Ik doe mee aan de discussies en probeer het laken naar mij toe te halen. Als dat niet lukt, is dat geen probleem. Ik werk niet met Marxargumenten. Maar als het over de praktische organisatie van een partij gaat, moet je niet ongebreideld de democratie laten spelen. Waar een congres moet plaatsvinden, kun je niet met 700 man beslissen. Op een congres zélf moet je de democratie dan weer wél de vrije loop laten. Wat mijn absolute eis is, is dat als we eenmaal een standpunt ingenomen hebben, we dat dan ook blijven verdedigen zelfs als dat ons oorspronkelijk standpunt niet was. Maar ik heb liever geen Mexicaans leger binnen de sp-a.’

Wat doe je als je een partijstandpunt moet verdedigen waar je niet mee akkoord gaat?
‘Fijn is dat niet, maar toch verdedig ik dat dan. Dat lijkt me logisch, de politiek is via partijen georganiseerd. Je zou het ook via individuen kunnen organiseren maar ik raad dat de samenleving af. Maar als je altijd standpunten moet verdedigen die de jouwe niet zijn, zit je uiteraard in de verkeerde partij. Dat is bij mij duidelijk niet het geval. Standpunten kunnen ook evolutief zijn. Zo heb ik heb een paar onderdelen van ons programma herschreven. Overigens, als je vandaag je slag niet thuishaalt, haal je hem misschien morgen thuis.
Dat is een evolutie binnen het socialisme, gelukkig maar.’

‘Dedecker is geen correct politicus’

Gerolf Annemans van het VB heeft gezegd dat je van de SS bent, wat denk je als je zoiets hoort?
‘Goh, ik denk niet als mensen uit het VB zoiets zeggen. Dat zegt veel over het VB.’

Is er enige mogelijkheid om vriendschap te hebben met mensen uit pakweg het VB?
‘Privé kan iemand als Filip Dewinter goed meevallen, maar zijn politieke ideeën verafschuw ik. Zij gaan ervan uit dat er minderwaardige en meerwaardige mensen zijn, en dat druist tegen alles in. Vandaag moeten de moskeeën weg uit de stad, morgen de synagogen, overmorgen de homoseksuelen, rechters hebben ze ook al gewaarschuwd, ook journalisten moeten weg enzovoort. Ik heb er echt een hekel aan en ben het beu dat altijd maar opnieuw te moeten zeggen. Natuurlijk is er een probleem met sommige Islamieten. Maar dat Vlaanderen bedreigd wordt door meisjes met een hoofddoek, klopt niet.’

Jean-Marie Dedecker zei in een interview met ons dat de Vlaamse partijen een fout gemaakt hebben door de dotatie van het VB niet in te trekken, hoe verklaar je die hypocrisie van de partijen?
‘Hier zie je duidelijk dat Dedecker geen correcte politicus is. Zijn partij heeft tegen de intrekking gestemd, de mijne heeft voor gestemd.’

Hoe verklaar je die hypocrisie van mijnheer Dedecker?
‘Dat weet ik niet, dat zou je aan mijnheer Dedecker moeten vragen want dat stoort mij nogal. En de media storen mij in deze ook omdat zij dat niet verfijnen. Dedecker zegt altijd dat als we de dotatie op federaal vlak kunnen afpakken, we dat ook op regionaal vlak kunnen doen. Welnu, op regionaal vlak ging dat niet omdat de VLD tegen stemde. Op federaal vlak kan dat wel lukken omdat de PS mee zou doen. En dan zal VB weer kunnen zeggen dat het de PS was. Dat is opnieuw demoniseren. Ik ben niet altijd akkoord met de PS maar op basis van andere dingen dan VB.’

Is de politieke wereld te vaak hypocriet?
‘Hypocrisie kom je overal tegen, dus ook in de politiek.’

Heb je soms rancunegevoelens ten opzichte van bepaalde politici?
‘Ik heb dat niet vaak. Ten opzichte van politici van VB heb ik dat niet want ik verwacht dan ook niks van hen. Als je al eens boos bent op politici, zijn dat eigenlijk net diegene die je graag ziet, omdat je van hen een verwachtingspatroon hebt. Dat VB een aantal vuiligheden en onrealistische dingen voorstelt, verwondert mij niet. Dat men in andere partijen er over nadenkt samen te werken met VB stoort mij onvoorstelbaar.’

Heb je politieke vrienden buiten de sp-a?
‘Ja, er zijn heel wat mensen waarmee ik het goed kan vinden. Ik moet het daarom niet altijd eens met hen zijn. Neem nu bijvoorbeeld Karel de Gucht. Dat is een afschuwelijke koppigaard waar je gek van word. Hij zal waarschijnlijk hetzelfde over mij zeggen maar ik kan het heel goed met hem vinden en is een man van zijn woord.’

Zou je graag eens politicus zijn in een groot land als de VS?
‘Tot voor kort zei internationale politiek mij niets maar ik begin er mij meer en meer voor te interesseren. Soms wil ik dingen op internationaal vlak veranderen, wat we nu op Europees vlak kunnen doen. Maar hier is de politiek hard tegen onzacht, en in de VS is het meestal extreem hard tegen nog harder. Ik weet niet of ik daarvoor geschikt ben. Let op, ik ben geen doetje maar als je daar links politicus bent moet je veel kunnen incasseren.’

Is het mogelijk dat Vlaanderen binnen 10 jaar verdwijnt? VS van Europa?
‘Neen, ik geloof dat niet. Laat ons vooral een soort van VS vermijden. Ik wil geen eenheidsworst, iedereen moet zijn eigenheid kunnen bewaren. Eenheid in verscheidenheid!
We moeten niet alles per se naar boven trekken. Het lokale blijft belangrijk.’

Fysiek bedreigd

Voel je je soms persoonlijk beledigd of gekwetst?
‘Soms moeten politici een andere taal gebruiken. Ze moeten verstaanbaar en niet te vormelijk spreken. Maar ik vind wel dat politici correct met elkaar moeten omgaan en elkaar niet uitschelden.’

Ben je al vaker uitgescholden, voor bijvoorbeeld Heilig Paterke?
‘Ik vind dat een compliment, het is een bekende buurman van mij die erg geliefd is bij de mensen. (lacht) Men heeft mij al met Stalin vergeleken, maar ik denk dat dat meer zegt over de mensen die dat zeggen dan over de mens waarover het gaat.’

Hebben er al mensen je bedreigd?
(spreekt plots stiller) ‘Ja, maar ik spreek daar nooit over.’

In welke zin, emotioneel of fysiek?
‘Mjah, ik word ook fysiek bedreigd maar ik spreek daar nooit over want dat heeft toch geen zin.’

Ben je soms bang voor bedreigingen?
‘Ik vind dat je je niet mag laten leiden door bedreigingen. Dat is een spijtig deel van de job, maar ik breng dat niet naar buiten in de media. Iedereen moet daarmee doen wat hij wil.’

Er wordt vaak met het gratisverhaal gespot. Ten onrechte?
‘Gratis bestaat niet, dat is een ideologisch verhaal. Dat is betaald door de belastingen en ik ga ervan uit dat de belastingen zo zouden moeten zijn. Wie meer verdient betaalt meer en omgekeerd.’

Raak je soms gefrustreerd door dingen die verkeerd begrepen worden?
‘Gefrustreerd niet, maar wel moe. (lacht) Ik heb nu al ontelbare boekjes geschreven over ‘gratis’ en men wil het blijkbaar niet echt snappen. Dat rechts daar tegen is, begrijp ik. Mocht ik rechts zijn, zou ik ook tegen gratis zijn.’

Lang opblijven

Wat zijn je toekomstplannen? Hoe lang blijf je eigenlijk nog voorzitter?
‘Voor het leven! (lacht) Een van de problemen is inderdaad dat de sp-a meer moet zijn dan Stevaert alleen. Ik heb me de voorbije 6 maanden kalm gehouden. Maar de laatste maand is dat mislukt. De politieke agenda heeft me verplicht op tafel te kloppen.’

Wat zou je graag doen na je politieke carrière?
‘Dan ga ik terug naar Limburg. Ik wil niet in Brussel mijn oude dag slijten. Ik ben voorzitter geworden omdat men mij dat gevraagd heeft. Maar ik ben maar beperkt houdbaar en klamp mij zeker niet vast aan deze job. Ik kan terug vice-premier worden, ik weet niet wat ik kan worden. Ik ben al vanaf mijn vijftiende aan het werken, ik ben nu dus al 35 jaar goed bezig.’

Zou je graag opnieuw een café openen?
‘(twijfelt) Ik denk niet dat zoiets onmiddellijk tot de realiteit behoort. Want dat is ook hard werken hoor. Ik zou na dit iets willen doen wat minder hard werken is. Nu werk ik zes à zeven dagen per week. Ik had me voorgenomen het iets rustiger aan te doen maar nu ben ik begonnen met het kiwimodel.’

Is er een verschil in de politiek tussen hogeschool-politici universiteit-politici?
‘Ik denk dat er wel een bepaald verschil is. Ik moet heel goed opletten met wat ik nu zeg. Ik denk dat het beter is dat je studeert en een diploma behaalt. Geen hoger diploma bezitten is een nadeel en dat zal je altijd met je meeslepen. Ik zou niet graag hebben dat jongeren mij nu als voorbeeld zien en denken: ‘Stevaert is op jonge leeftijd minister van staat geworden zonder naar school te gaan.’ Dat zou een slecht signaal zijn. Maar als je geen diploma hebt, moet je nu ook niet bij de pakken blijven zitten. Dan is het wel veel moeilijker. Ik heb al gezegd dat ik een vrouw in de politiek ben. Ik moet me altijd dubbel bewijzen omdat ik geen diploma heb. Maar een voorstel is dat we een attest zullen maken met daarop de vaardigheden in plaats van diploma’s. Ik heb ook heel wat voordelen ondervonden door geen diploma te hebben. Terwijl de rest naar school ging, ben ik laat opgebleven op café. Dat is een voordeel als je ’s nachts moet vergaderen. (lacht) Nu begin ik een beetje te verzwakken, maar vroeger was ik 2 uur ’s nachts de ‘beste’. En af en toe kan ik op de vergaderingen zeggen dat ik het niet begrepen heb en ze het opnieuw moeten uitleggen. Maar die truc pakt minder en minder.’

Waarop ben je trots?
‘Ik denk dat onderandere dankzij mij ruimtelijke ordening wat belangrijker geworden is. Waar ik ook een beetje trots op ben, is dat ik openbaar vervoer terug op de politieke agenda gekregen heb. Ook op vlak van verkeersveiligheid is heel wat veranderd. Er zijn er toch al 300 minder verkeersdoden per jaar. Ik ben ook een beetje trots dat het goed gaat met de sp-a.’

Wanneer zal je later tevreden zijn?
‘Als mijn opvolgers beter zijn dan mezelf.’

Zie je mogelijke opvolgers?
‘Ja, maar ik ga die namen nu niet geven.’

Ok, heb je dan misschien politieke poulains?
‘Er zijn er een paar. Ofwel wordt het iemand van de oudere generatie, ofwel iemand van de jongere. Laurent Winnock misschien, maar die is voorzitter van de jongeren.’

Kweek je zélf mensen tot politici?
‘Ja, ik ben er de hele dag mee bezig. Mijn vroegere functie was op het kabinet van Tobback…’

Ben je door Tobback opgeleid?
‘Ik ben zeker door Tobback gekneed, hoewel we op congressen elkaar in de haren vlogen. Ik heb ooit tegen Tobback gezegd, toen hij voorzitter werd, dat het goed voor één keer was. Ik zei toen dat hij oud genoeg was om voorzitter te worden van de Communistische Partij in China en bij ons best ophoepelde. Daarna zei hij dat die Deng (Xiao Ping – vroegere CP-voorzitter in China) toch maar lekker veel te zeggen had. (lacht)’

Wie was je politieke idool?
‘Ik had veel politieke idolen. Voor Willy Brandt had ik heel veel respect. Voor Mittérand ook, die had veel donkere maar vooral speciale kanten. Wat Nelson Mandela gedaan heeft vind ik fantastisch. Toen ik twintig jaar was, had ik Ché Guevara als politieke idool.’

Broes Sanders, Evelien Vantomme en Ben Labbe

13 december 2004

Interview: Stefaan Mendela, Oekraïense student uit Leuven

De laatste tijd is Oekraïne niet meer uit het nieuws weg te denken. Toen bekend raakte dat er met de uitslag van de voorbije presidentsverkiezingen is geknoeid door huidig premier Janoekovitsj kwam het Oekraïense volk massaal op straat om haar steun te betuigen aan oppositieleider Joestsjenko. Met resultaat, want het Hooggerechtshof verklaarde de uitslag ongeldig en schreef nieuwe verkiezingen uit, die plaatsvinden op zondag 26 december. Maar wat denken de Oekraïners in Belgie nu over de hele situatie in hun vaderland? We vroegen een reactie aan Stefaan Mendela, Oekraïense student uit Leuven.

‘Janoekovitsj raakt nooit herverkozen’

Denk je dat er daadwerkelijk met de verkiezingsuitslag is geknoeid?
Daar ben ik honderd procent zeker van. De voorbije stembusgang vertoont overduidelijk onregelmatigheden, de huidige premier is dan ook niet legitiem verkozen. Het hooggerechtshof heeft dat intussen ook bevestigd.

Is Oekraïne echt zo veel beter af mocht Joesjtsjenko de komende presidentsverkiezingen winnen?
Kijk, wij zijn tegen Janoekovitsj. Vanuit die optiek hebben wij voor Joesjtsjenko gestemd. Niet dat wij hem een slecht leider vinden maar nogmaals, wij willen allesbehalve Janoekovitsj als president.

Zijn werkelijk alle Oekraïense studenten en alle jongelingen pro-Joesjtsjenko?
Naar mijn mening wel. Jonge mensen in Oekraïne willen verandering, ze willen een beter leven naar het voorbeeld van de jeugd in het Westen. Met Janoekovitsj aan het roer zal dit niet mogelijk zijn.

Wat zal er gebeuren mocht het onmogelijke geschieden en Janoekovitsj toch herverkozen wordt?
Onmogelijk. Ik geloof nooit dat Janoekovitsj herverkozen raakt. Er rest hen hopelijk geen tweede kans om met de uitslag te knoeien en op die manier de uitslag naar hun hand te zetten. Ik ben overtuigd dat de verkiezingen deze keer wel eerlijk zullen verlopen, maar echt zeker ben je natuurlijk nooit.

Kun je een concreet voorbeeld geven van wat Janoekovitsj zal aanrichten wanneer hij opnieuw premier wordt?
Janoekovitsj is de vooropgestelde kandidaat van oud-president Koetsjma. Concreet wil dit zeggen dat Janoekovitsj Oekraïne zou verkopen aan Rusland als hij door middel van vervalsing opnieuw de verkiezingen wint. Het draait enkel om geld. Janoekovitsj vertegenwoordigt slechts een kleine minderheid van heel rijke Oekraïners. Het zijn criminelen die het land uitmelken en kapot maken.

Acht je een splitsing van Oekraïne mogelijk door de grote verdeeldheid die er momenteel heerst?
Dit is wat de voorstanders van Janoekovitsj willen omdat hij zo tenminste de kans heeft om in het oosten te blijven regeren. Maar ik geloof niet dat het tot een splitsing komt, ik ben ervan overtuigd dat Oekraïene één land blijft.

Een land in burgeroorlog?
Nee, ik schat dit weinig waarschijnlijk. Ik ben wel van mening dat veel mensen het land zouden verlaten wanneer Janoekovitsj opnieuw aan de macht komt, want zij zouden de grote dupe worden, zoals wel vaker bij grote conflicten.

12 december 2004

Interview: Daniel Bojko, contactpersoon voor Oekraïense studenten in België

De laatste tijd is Oekraïne niet meer uit het nieuws weg te denken. Toen bekend raakte dat er met de uitslag van de voorbije presidentsverkiezingen is geknoeid door huidig premier Janoekovitsj kwam het Oekraïense volk massaal op straat om haar steun te betuigen aan oppositieleider Joestsjenko. Met resultaat, want het Hooggerechtshof verklaarde de uitslag ongeldig en schreef nieuwe verkiezingen uit, die plaatsvinden op zondag 26 december. Maar wat denken de Oekraïners in Belgie nu over de hele situatie in hun vaderland? We vroegen een reactie aan Daniel Bojko, de contactpersoon voor Oekraïnse studenten in ons land.

‘Er is goede hoop dat het nog goed komt met mijn vaderland’

Hoe zou je de huidige politieke situatie in Oekraïne omschrijven?
Het ziet er goed uit. Eind deze maand (december, bl.) vinden er eindelijk nieuwe verkiezingen plaats. Met de waarnemers die nu worden gestuurd is er goede hoop dat de stembusslag deze keer wel correct verloopt. Ik ben ervan overtuigd dat Oekraïne een goede kans maakt op een maatschappij die meer Westers georiënteerd is en waar ook de oppositie zijn mening kan verkondigen, zonder te moeten vrezen voor represailles.

Denk je dat de voorbije verkiezingen dan niet correct verlopen zijn? Dat er geknoeid is met de uitslag?
Ja, dat denk ik zeker. De pers heeft er weet van, en er zijn meermaals zaken vastgesteld die totaal onwettelijk zijn en er duidelijk op wijzen dat er met de uitslagen geknoeid is. De massale betogingen van de laatste weken bewijzen ook dat Joesjtsjenko op veel meer steun kan rekenen dan de verkiezingsuitslag doet vermoeden;

Joesjtsjenko kan inderdaad op veel steun rekenen, maar is hij wel echt zo een oprecht en betrouwbaar leider als hij beweert te zijn?
Ik geloof van wel. Er wordt echt in hem geloofd door de mensen, de voorbije jaren heeft hij zich vanuit de oppositie ook kunnen bewijzen. Van de huidige premier, Victor Janoekovitsj, is bijna iedereen zeker dat hij niet zuiver op de graat is en dat hij misbruik maakt van zijn macht. Het frauderen met de verkiezingsuitslag heeft dat vermoeden alleen maar bevestigd.

Klopt het dat alle Oekraïense studenten en jongeren eerder pro-Joesjtsjenko zijn?
Dat klopt zeker ja. Zo een twee weken geleden was er in Brussel een manifestatie van Oekraïeners uit België en Frankrijk tegen de politieke patstelling in hun vaderland. Het overgrote deel van de manifestanten bestond uit studenten. Ook uit het oostelijke deel van Oekraïne namen heel wat studenten deel aan de manifestatie tegen Janoekovitsj.

Zou het werkelijk een catastrofe zijn voor Oekraïne mocht Janoekovitsj herverkozen worden?
Daar mag je zeker van zijn. Bij zijn herverkiezing zou de spanning dermate hoog oplopen dat elke kleine opstoot zou kunnen leiden tot een groot conflict, bijvoorbeeld een burgeroorlog of misschien zelfs de afsplitsing van het westelijk deel van het land (waar de protesten tegen de verkiezingsuitslag en de Joestsjenko-aanhang het grootst is, bl.).

Kunt u een heel concreet voorbeeld geven wat er zou gebeuren mocht de huidige premier herverkozen raken?
Oekraïne zou een enorme stap achteruit zetten, terug naar de cultuur en praktijken van de vroegere Sovjetunie. En de vrije markteconomie, zoals wij die hier in het Westen kennen, zou zwaar beperkt worden, ten voordele van een soort hedendaags communisme.
Niet dat het Westers economisch systeem het allerbeste is, maar het biedt de mensen in elk geval de kans om te ondernemen en op een deftige wijze hun brood te verdienen. En dat is nu zeker niet het geval.

Zal die band met Rusland er niet altijd zijn, of je het nu wilt of niet?
We zullen inderdaad altijd voor een deel verbonden blijven met Moskou. Maar toch willen de meeste Oekraïners af van de Russische invloed omwille van hun totalitaire en imperialistische trekjes. Maar ik wil hier wel meteen aan toevoegen dat de Oekraïners zeker geen problemen hebben met de Russische bevolking zelf, maar eerder met hun leiders.

9 november 2004

Interview: Bert Decraene (VRT-journalist)

“Natuurlijk wil men de muur terug!”

Donderdag 9 november 1989. De dag waarop de Berlijnse Muur definitief viel en West- en Oost-Duitsland opnieuw herenigd werden. Het zou een historische gebeurtenis worden die veel meer betekende dan iedereen op dat moment voor mogelijk hield. Het luidde de val in van het communisme in het Oostblok en effende de weg naar een herenigd Europa, met de tien nieuwe EU-lidstaten als recent hoogtepunt. VRT-radiojournalist Bert Decraene volgde de communistische regimes al enkele jaren op de voet en was er als één van de allereerste Westerse journalisten bij, op die hectische dag in Berlijn.

Klopt het dat je een voorgevoel had dat de Muur ging vallen, want je was als één van de weinige buitenlandse journalisten al enkele dagen in Berlijn?
Ja wat is een voorgevoel hè! Maar het klopt inderdaad, en ik heb dat eigenlijk al een paar keer gehad. In journalistiek hangt veel af van het toeval en het geluk! Een week voor de val van de muur vroeg ik aan mijn baas of ik naar Oost-Berlijn mocht, omdat ik inderdaad het idee had dat er daar wel eens iets kon gebeuren. Ik had natuurlijk nooit vermoed dat de muur ging vallen. Er stond wel vanalles te gebeuren in Oost Europa, met Erich Honacker (de leider van de Duitse Democratische Republiek, nvdr.) die afgezet werd en de vele dagelijkse protestmanifestaties. En wie als journalist zoiets opvolgt, voelt dan ook wel wanneer er iets te gebeuren staat.

Hoe kijk je daar nu, 15 jaar later, op terug?
Het is natuurlijk fantastisch dat ik zoiets kon meemaken. Dat is zeker één van de voordelen aan journalist zijn, dat je op de eerste rij staat bij historische gebeurtenissen, ook al is dat dus vaak per toeval. Maar het deed me vooral iets omdat ik als jonge knaap begin de jaren ’60 ook al door Oost-Berlijn liep, toen de Muur net gebouwd was. Als je er dan natuurlijk ook bij bent, als hij zoveel jaar later wordt afgebroken, doet het je toch iets. Het is zeker één van de hoogtepunten uit mijn journalistieke carrière. Zeker ook omdat het toch een grote historische draagwijdte heeft gehad, met de val van het Sovjetregime kort erna. Ook al beseften we dat niet op dat moment.

Hoe werden de journalisten bekeken in Oost-Berlijn? Omdat die toch niet altijd overal even welkom zijn, vooral niet bij de overheid?
In het DDR-regime werd je als Westers journalist uiteraard gewantrouwd. Er bestond misschien wel een dossier van mij bij de Stasi (de Oost-Duitse geheime dienst), ik weet het niet! Maar anderzijds had je er toch een grote mate van vrijheid om te werken, omdat de toestand er eigenlijk vrij chaotisch was. Als radiojournalist bijvoorbeeld had ik het geluk om gebruik te kunnen maken van een inderhaast opgetrokken radiostudio van de Duitse Democratische Radio Omroep. Die mensen waren heel vriendelijk en hulpvaardig. Zeker ook omdat zij, nog meer dan mij, goed beseften dat het voorgoed voorbij was.

Het waren heel vreemde tijden. Zo kon je op de Alexanderplatz, in het centrum van Oost-Berlijn, rondlopen, en recht tegen de meesterspion Markus Wolf aanlopen, die daar eveneens gewoon rondliep, wat dus ook écht gebeurd is. Alle politici van de DDR liepen er in het wild rond, alsof ze voeling wilden houden met wat er zoal bij het gewone volk leefde. Er waren dagelijks protestmanifestaties en meetings waar de leiders uitgescholden werden voor alles wat lelijk was. Dat was dus eigenlijk wel heel boeiend om te werken als verslaggever.

Zoals je daarnet zelf zei, werkte je voor de radio. Is het dan niet moeilijker om die euforie en die speciale sfeer weer te geven? Want je kan enkel gesproken woord gebruiken?
Je kan woord gebruiken, maar ook geluidsfragmenten natuurlijk. Ik had toen al mijn bandopnemer mee en kon dus ook klankmateriaal naar Brussel doorsturen. Als radiojournalist heb je bovendien een grotere vorm van vrijheid tegenover de televisie. Sommigen ervaren radio als een ouderwets medium, maar dat vind ik helemaal niet. Ik werk liever voor de radio, omdat het ook een veel intiemer gevoel heeft.

Zo herinner ik me een stukje dat ik gemaakt had, de dag voor de val, waarin ik beschrijf hoe rond de Muur, aan Checkpoint Charlie, een hele massa bijeen was en helikopters van het Communistisch regime boven de massa cirkelden. Aan de West-Duitse kant waren ze aan het schreeuwen en het jouwen, en met mijn bandopnemer kon ik dat dus allemaal makkelijk overbrengen.

Heerste er toen geen erg duaal gevoel? Omdat ze enerzijds wel beseften dat het over was en afscheid namen, maar anderzijds ook wel erg benieuwd waren naar het beloofde West-Duitsland?
Ja, inderdaad ja. Er was natuurlijk onzekerheid en angst over wat de toekomst ging brengen. Ze hadden natuurlijk ook nooit gedacht dat het allemaal zo snel zou gaan. Want na een goed jaar was de éénmaking feitelijk rond en ze dachten waarschijnlijk dat ze wel wat tijd gingen krijgen om de maatschappij te hervormen en de Communistische Partij aan te passen aan de nieuwe situatie. Ik denk dat men er in het begin wel van uit ging dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen.

De eenmaking was na één jaar rond zeg je, maar toch hebben heel wat mensen het gevoel dat de Muur er nog steeds is tussen Oost en West, ook al is hij eigenlijk verdwenen?
Ja, vooral in de geesten van sommigen is hij nog steeds niet verdwenen, en dat zal ook nog wel even zou blijven.

Als we bijvoorbeeld kijken naar de werkloosheidscijfers is er nog altijd een opmerkelijk verschil tussen het oosten en het westen van Duitsland.
Als buitenstaander hebben we daar natuurlijk makkelijk oordelen over. Want het is toch wel een gigantische operatie geweest om de DDR, dat economisch en sociaal een heel stuk minder ontwikkeld was, in één klap te integreren. De Westerse regeringen hebben dat toch wel wat onderschat. Maar het was een unieke kans, een historische opportuniteit. Een typische nu-of-nooit situatie, want had men het niet gedaan, wie weet hoe Oost-Europa er vandaag de dag aan toe was. Toenmalig Bondskanselier Köhl heeft dan ook zijn kans gegrepen en de hervorming doorgevoerd. Maar ik denk dat we ons niet ten volle beseffen wat die éénmaking allemaal met zich meebracht. Een groot Vlaams industrieel, André Leysen, zei ooit dat er met de DDR maar één ding aan te vangen was: ‘Met een paar bulldozers alles platgooien en helemaal opnieuw beginnen.’ Het zegt veel over de toestand van de Oost-Duitse economie aan het eind van de jaren ’80.

Was het dan wel een goed idee om de Muur te doen vallen?
Zeker! Daar ben ik van overtuigd. Ik ken wel mensen en groepen die ooit gezegd hebben van ‘ze hadden die muur beter laten staan’ of ‘ze hadden hem nog hoger moeten maken in plaats van af te breken’ maar daar geloof ik geen snars van, daar sta ik absoluut niet achter.


Naar aanleiding van de 15e verjaardag van het herenigde Duitsland werd er een onderzoek uitgevoerd, en daaruit bleek dat een meerderheid van de Duitsers de Muur eigenlijk liever terug zouden hebben.
Natuurlijk willen velen hem terug. Want het is vooral een centenkwestie hé. Ze zien het dagelijks in hun portemonnee, en dan bekoelt de liefde voor het andere Duitsland uiteraard. De solidariteit met de medeburgers uit de vroegere DDR is zeker niet altijd zo groot als de regering gedacht had. En het is een feit dat de Duitse economie zich nog steeds niet hersteld heeft van de éénmaking, ze betalen er nog altijd een prijs voor onder de vorm van extra belastingen. Dat begint na een tijd door te wegen en dan komt er gemopper over het waarom van de zaak, en of het wel allemaal zo snel moest gebeuren, en of het wel juist gebeurd is en zo. Misschien ook wel voor een stukje terecht. Maar vanuit historische perspectief bekeken denk ik dat het eigenlijk niet anders kon, dat het de enige mogelijkheid was.

Er hebben toen ook veel mensen een stukje Muur meegenomen, er ontstond zelfs een hele handel in Muurstenen. Heb je zelf ook enkele brokken mee huiswaarts genomen?
Ik heb inderdaad zelf ook enkele stukken mee naar huis genomen, en die liggen daar nog altijd, ik heb ze nog steeds niet verkocht. Ik ben nog steeds aan het wachten op een hoog bod! (lacht) Ik heb van beide zijden van de muur enkele stukken liggen. Want de westkant was helemaal beschildert met graffiti en opschriften en dergelijke. Terwijl de oostkant zo kaal was als maar kon, omdat je er simpelweg niet aan kon. Voor de muur was er namelijk prikkeldraad gespannen en was er een strook niemandsland vol met mijnen en wachtposten, een immens verschil dus. Maar toen de Muur uiteindelijk viel, was er inderdaad wel veel te doen rond het afkappen ervan. De lokale bevolking leende hamertjes uit aan de toeristen die een stukje wilden meenemen, en ik heb dus ook eigenhandig enkele stukjes eruitgekapt!

Aan het begin van het interview zei je dat journalistiek leeft van het toeval, kan je zo nog enkele voorbeelden geven van hoe het lot je gunstig gezind was?
Ja, er zijn nog wel enkele zaken, de ontploffing van de kerncentrale in Tsjernobil (Oekraïne) bijvoorbeeld, aan het begin van mijn carrière in 1987. Het was namelijk de bedoeling om naar Moskou te reizen om daar Gorbatsjov te aanhoren, maar het was een goedkope vlucht die een ommetje maakte langs Leningrad, wat relatief dicht bij de Oekraïense grens ligt. Toen we daar aankwamen kreeg ik echter het bericht dat er een kernreactor was ontploft en toen ben ik uiteraard zo snel mogelijk naar Oekraïne gereisd.

Een ander voorbeeld, is dat van mijn toenmalige collega Liesbeth Walkiers. Zij was net op vakantie in Portugal, toen daar de Anjerrevolutie uitbarstte, waardoor ze er natuurlijk meteen verslag kon over uitbrengen. En zo zijn er nog wel enkele voorbeelden, maar dat maakt journalistiek nu net zo boeiend, dat je oog in oog komt te staan met de geschiedenis.

29 maart 2004

Interview: Gert Verheyen, Club Brugge

Het Jan Breydelstadion is de jongste tijd ondergedompeld in een euforische sfeer. Na een prachtig parcours in de Champions League, met oa. een zege op het veld van Europees kampioen AC Milan, mogen ze bij Club Brugge beginnen dromen van een nieuwe stunt. Na 9 jaar spelen ze ook in het voorjaar nog eens in de Uefacup, en kan de jacht op een plaatsje in de kwart-finales beginnen. Eén dag na de 2-1 overwinning tegen het Amsterdam van Wesley Sonck, peilde ik bij vaste waarde Gert Verheyen (33) naar de Europese ambities van de landskampioen.


Al wat bekomen van de match tegen Ajax?
Gert Verheyen (GV): “Ik denk dat we positief kunnen terugblikken. Ajax Amster-dam is een goeie ploeg, een grote naam in Europa. En als je die achter u kunt houden in een topcompetitie als de Champions League is dat heel goed. Maar ook op de wedstrijd zelf kunnen we tevreden zijn. Het was één van onze beste matchen, samen met ons duel tegen Borussia Dortmund & onze uitmatch tegen AC Milaan.”

En nu met een tevreden gevoel naar de Uefacup? Want ik las onlangs dat je dat verkoos boven de Champions League?
GV:“Nee, ik heb het niet liever dan de CL. Da’s ook weer zo een staaltje journalistiek, waarbij uw woorden compleet verdraaid worden. Ik had gezegd dat ik niet teleurgesteld zou zijn wanneer we Uefacup zouden spelen, maar natuurlijk had ik liever nog een ronde verder gespeeld in de CL. Dat is iets helemaal anders natuurlijk, ik zou trouwens niet weten waarom ik nee zou zeggen tegen ontmoetingen met Real Madrid of Manchester United.”

“Maar Uefacup is dus ook mooi, als je het puur realistisch bekijkt, hebben we daarin zelfs meer kans om verder te geraken dan bij de CL. Dat heeft de loting trouwens ook bewezen, want anders moet je tegen topploegen als Arsenal, terwijl we het nu moeten opnemen tegen het Hongaarse Debrecen en das toch een groot verschil.”

Hoe schat je de verdere kansen in voor Club? Als killer van CL-winnaar Milan moeten deze twee matchen toch louter een formaliteit zijn?
GV: “Een formaliteit zou ik nu niet durven zeggen, in voetbal weet je nooit… Maar gezien onze voorbije prestaties, waarbij we bewezen mee te kunnen met de Europese subtop, zouden we toch voorbij zo’n ploeg moeten gaan. Het zou heel dom zijn, uit de CL komende, om het te laten liggen tegen een ploeg als Debrecen.”

Toch niet liever een meer klinkende naam gehad? Of het Noorse Valerengen, zoals bepaalde medespelers?
GV: “Niet echt nee. Ik sta daar op voorhand nooit echt bij stil, je kan er namelijk toch niks aan veranderen. Het is nu Debrecen geworden, maar het mocht evengoed Valerengen zijn, want ik kan er inkomen dat het voor Bengt Saeternes & Rune Lange wel een unieke gelegenheid zou zijn (beiden zijn, net als trainer Trond Sollied afkomstig uit Noorwegen, bl). En wat de topteams betreft, die zullen we in de 1/8 finales wel treffen.”

Als je die 1/8 finales haalt, want het is al weer 9 jaar geleden dat Club nog eens Europees speelde na de winterstop.
GV: “Das inderdaad al een hele tijd geleden ja (denkt na). Moet tegen Chelsea geweest zijn. In mijn twaalf jaar bij Brugge was dat mijn eerste Europese campagne. Ondertussen zijn de tijden natuurlijk veranderd, en is ook de ploeg niet meer dezelfde. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we doorstoten naar die 1/8 finales.”

Blijkbaar was het nog niet lang genoeg geleden, want de eerste match blijf je alvast aan de kant door een gele kaart.
GV: “Tja, das jammer natuurlijk, maar het was in ieder geval lang genoeg! Maar das eigen aan het voetbal, dat je af en toe een kaart pakt. Als je lange tijd op zo’n hoog niveau speelt, staan de zenuwen al eens gespannen, zeker op het einde van een wedstrijd. Dan slaat de vermoeidheid toe en denk je niet meer zo helder.”

Je haalde het daarnet zelf al aan, je speelt reeds 12 jaar voor Club. Geen spijt dat je niet naar het buitenland bent getrokken?
GV: “Nee, ik ben heel tevreden met mijn carrière. Op een gegeven moment had het er helemaal anders kunnen uitzien, er was een mogelijkheid dat ik vertrokken was naar Engeland, maar ik ben heel content dat ik gebleven ben. Zeker met de voorbije 2 Europese campagnes.

Was je naar Ipswich getrokken, dan had je Europees voetbal kunnen vergeten. Meer nog, dan zat je te spelen in de First Division (de Engelse 2e klasse, bl).
GV: “Dat bewijst dat elke transfer opnieuw een gok is. Dat je nooit echt weet wat nu de beste keuze is. Achteraf kan je nu wel stellen dat het goed was te blijven, want Ipswich speelt nu inderdaad op een lager niveau. Maar anderzijds was het ook een risico om mijn contract hier te verlengen, omdat niemand wist in welke richting Club zou evolueren.”

Je hebt kennelijk beter gegokt dan bv. Bart Goor bij Hertha Berlijn of Wesley Sonck bij Ajax Amsterdam, die hun Europese verlangens opnieuw onbevredigd zien.
GV: “In dat opzicht wel ja, we kunnen zeker niet klagen bij Brugge. Maar het gaat natuurlijk niet alleen daarom, er zijn zoveel aspecten die spelen bij een beslissing om naar het buitenland te trekken.”

Financiële aspecten?
GV: “Natuurlijk. Als spelen in het buitenland geen financiële surplus zou opleveren, zouden er niet veel die stap zetten, dan bleven ze allemaal wel hier. Zeker als je, zoals in mijn geval, de 30 gepasseerd bent, moet je aan je toekomst denken. Dan begint het financiële een erg belangrijke rol te spelen.”

Je bent inderdaad de ouderdomsdeken van Club aan het worden, zeker wanneer Dany Verlinden er na dit seizoen mee ophoudt. Heb je de dromen die je als jonge speler had, kunnen waarmaken?
GV: “Toch wel, hoewel ik nooit geen dromer ben geweest. Ik heb nooit de wens gekoesterd om bij een bepaalde club te spelen. In mijn carrière heb ik telkens de kansen gegrepen die mij geboden werden en nooit echt vooruit gekeken.”

Je had als 10-jarige snaak geen echt idool, geen groot voorbeeld waar je naar uitkeek?
GV: “Niet bepaald nee. Ik was ook helemaal niet voetbalgek toen ik klein was. Ik speelde het wel vaak én graag ook, dat zeker, maar het beheerste niet mijn hele leventje. Steevast elke match op TV volgen, en er alles over lezen in kranten en tijdschriften was niet aan mij besteed. Ook mijn kamer hing niet vol met posters van een bepaalde topspeler.” 


“Zonder financiële surplus zouden er niet veel naar het buitenland gaan. Dan bleven ze allemaal wel hier natuurlijk”


 Na het WK 2002 bent u gestopt als Rode Duivel. Nog geen spijt gehad van deze beslissing?
GV: “Nee, zeker niet. Ik heb een prachtige tijd beleefd bij de nationale ploeg. En ben heel blij dat ik die heb kunnen afronden met een prachtig WK. Maar de tijd was rijp om de jeugd een kans te geven bij de Rode Duivels, vooral dan met het oog op het WK 2006 in Duitsland. Zelf kan ik me nu volop concentreren op mijn laatste jaren bij Club Brugge.”

Wat vind je van de groep waarin België ondergebracht is voor de kwalificatie?
GV: “Toch niet zo’n makkelijke groep. Ik hoor her en der dat we moeten gaan voor de 1e plaats, maar het is helemaal niet zo makkelijk om u te plaatsen voor zo’n wereldkampioenschap. Dat hebben we nu ook weer kunnen vaststellen bij de kwalificatie voor Euro 2004, waarbij we nipt strandden op de 3e plaats.
Ik denk dat we het nog knap lastig kunnen krijgen tijdens de kwalificatie. Vooral ploegen uit die zogenaamde ‘kleine landen’ worden alsmaar beter en beter, en kunnen wel eens voor een verrassing zorgen. “

Je haalde het net zelf aan; je bent bezig met uw laatste jaren bij Club Brugge. Al toekomstplannen in gedachten?
GV: “Ik hoop nog een paar jaren, tot juni 2006, op dit niveau te kunnen spelen. En dan zal het mooi geweest zijn. Ik ben er nog niet echt uit of ik daarna wel in het voetbal wil verdergaan. Dat hangt natuurlijk ook af van de kansen die je krijgt, gesteld dat je ze krijgt. Want in het voetbalmilieu zijn de plaatsen nu eenmaal zeer duur.”

Naast het veld steun je al een aantal jaar actief de Damiaanactie. Misschien ligt daar een nieuwe carrièrewending?
GV: ”Da’s inderdaad een wereld die compleet haaks staat op de glamour van het profvoetbal. Maar het bewijst dat profvoetballers met meer bezig zijn dan enkel geld verdienen en status verwerven. Ik doe het alvast heel graag, en ben ergens wel fier dat ik mij daar kan voor inzetten. Ik hoop dan ook dat ik daar nog een hele tijd mee kan doorgaan, ook na mijn contract hier. En wie weet ja, ligt daar een nieuwe uitdaging.”

Een andere uitdaging schuilt misschien in de opleiding van de derde generatie Verheyen, na uzelf en uw vader?
GV: “Toch niet, geen van mijn 3 kinderen voetbalt op dit moment. Ze mogen gerust, maar ze hebben momenteel meer oog voor andere sporten als tennis & hockey. Zolang ze maar sportief zijn, ben ik al meer dan tevreden.”